Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

terwijl - (gedurende de tijd; ofschoon, hoewel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

terwijl vgw. ‘gedurende de tijd; ofschoon, hoewel’
Mnl. ter wilen dat, terwilen dat ‘gedurende de tijd dat’ in scepenen ende borgher meyster terden terwilen dat si leesten ianne verdiedwien sone ‘(geld dat) schepenen en burgemeester verteerden terwijl ze ten behoeve van Jan, vrouw Didwiens zoon, in gijzeling lagen’ [1286; VMNW], inden seluen poynte, dat nu es, ter wilen dat dese brief ghegheuen was ‘in dezelfde toestand als nu, terwijl deze brief werd gegeven’ [1292; VMNW point], zonder dat in Wair was P., terwijlen ghijluden vocht ‘waar was P. terwijl jullie vochten?’ [1470; MNW]; vnnl. ook ter inleiding van een tegenstelling, in ... loopende up deen zijde, terwijlen van dander zijde ... [1567; iWNT loopen I], Terwijl ... yeder met zijn lief, sich selver gaet verlusten. Soo sit ick hier en treur [1608; iWNT verlusten].
Ontstaan uit de voegwoordelijke verbinding ter wile dat ‘op het moment dat’ en dus gevormd uit de met een lidwoord samengetrokken vorm ter ‘in/op/volgens de’ van → te 1 en het vrouwelijke zn.wijl in de betekenis ‘moment, tijd, tijdsduur’. Vergelijkbare constructies zonder voorzetsel of met een ander voorzetsel waren: mnl. op die wile (dat), die wile (dat). Uit deze laatste combinatie ontstond nnl. dewijl ‘terwijl, omdat’, dat nog in formeel NN taalgebruik voorkomt.
De basisfunctie van terwijl is het verbinden van twee gelijktijdige gebeurtenissen of toestanden, of vaak ook een toestand met een gebeurtenis. Vanaf de 16e eeuw komt het steeds meer voor dat die min of meer met elkaar in tegenstelling staan; het aspect van gelijktijdigheid kon zo op de achtergrond raken en zelfs geheel afwezig zijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

terwijl* [gedurende de tijd dat] {ter wijlen 1568, terwijl 1629} van middelnederlands te der wilen dat {1284}, van wijl1.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

dikwijls

Wij schrijven: dikwijls, maar zeggen: dikkels wat wel jammer is, omdat door die uitspraak de oorspronkelijke betekenis van het woord onherkenbaar is geworden. Om te beginnen moeten wij de bijwoordelijke s aan het slot schrappen. Het overblijvende dikwijl stamt van: dicke wilen, waarin dicke betekent: menigvuldig en wile: tijd. Dit wile vindt men terug in: terwijl, dat immers wil zeggen: gedurende de tijd dat. Het woord dikwijls heeft als synoniem: vaak en kwam in oudere taal, evenals vaak nu nog, ook in vergrotende trap voor. Men zei zowel: dikwijlder als: dikwijlser en deze vormen vindt men zelfs bij Hooft, een schrijver die aan zijn taal bijzondere zorg besteedde. Men leest in zijn Nederlandsche Historiën bijvoorbeeld: Hij sprak dikwijlser fiere dan smekende taal. De vroegere vormen dikmaals en dikwerf zijn, behalve in zeer deftige stijl geheel uit de taal verdwenen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

terwijl voegw., mnl. ter wîlen (dat) dat als voegw. staat naast ter wîlen ‘ondertussen’. — Zie ook: dewijl.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

terwijl voegw., mnl. ter wîlen (dat) voegw. naast ter wîlen “ondertusschen”. Vgl. dewijl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

terwijl voegw., uit te-der-wijle: z. dewijl.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

terwyl voegw.
1. Tegelykertyd. 2. Hoewel, ofskoon. 3. Aangesien, omdat.
Uit Ndl. terwijl (1548 in bet. 1, 1568 in bet. 2, 1617 in bet. 3). Die Ndl. vorm terwijl dateer uit 1629. Dit het ontstaan uit ter wijlen (1568) uit te willen (1548) uit Mnl. te der wilen, 'n afleiding van wijle 'tyd', lett. 'in die tyd'. Eerste optekening in vroeë Afr. in bet. 3 in 1779 (Scholtz 1972: 171), maar hierdie bet. is in moderne Ndl. verouderd (WNT, Van Dale 1999).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Terwijl, staat voor: te der wijl = op dien tijd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

terwijl ‘onderschikkend voegwoord’ -> Negerhollands derwil ‘onderschikkend voegwoord’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

terwijl* onderschikkend voegwoord 1629 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut