Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

terug - (achteruit, retour, weerom, weer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

terug bw. ‘achteruit, retour, weerom, weer’
Mnl. te rugghe ‘van zich af; daarheen vanwaar men gekomen is, achterwaarts’ in van dengenen die Gode te rughe werpen ende derna vallen ‘van degenen die God verwerpen en daarna ten val komen’ [1290-1310; MNW-P], Wy doen se alle wederkeren Te rugghe ‘wij laten ze allemaal terugkeren’ [1465-85; MNW-R]; vnnl. Zijn paert spranc te rugge ‘... achteruit’ [1544; MNW-R]; nnl. terug (BN) ‘weer, opnieuw’ in Zou jij hem dit zeggen, en hem terug in zijne doodende wanhoop dompelen [1867; WNT].
Gevormd uit → te 1 ‘naar’ en het zn.rug.
Mnd. to rugge en ohd. ze rucke (nhd. zurück) hebben ook de betekenis ‘achterwaarts’ gekregen.
Een vergelijkbare betekenisontwikkeling is te zien bij pgm. *baka- ‘rug’ (zie → bak 3), dat in diverse talen tot een woord of uitdrukking voor ‘achterwaarts’ heeft geleid: Fries tebek; Engels back; Zweeds till baka.
Een teruggaande beweging leidt veelal tot een herhaling van een eerdere situatie. Zo kan de betekenis ‘weerom, weer, opnieuw’ opnieuw verklaard worden die in het BN veelal verregaander gegeneraliseerd is dan in het NN.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

terug* [achteruit, retour] {te rugge 1376-1400} waarin te de uitdrukking van richting geeft, dus: achterwaarts.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

terug bijw., mnl. terugghe, mnd. torugge, ohd. zi rucke (nhd. zurück) ‘achterwaarts’, gevormd als mnl. achter rugghe ‘terug, achteruit, achterover’, dat het gewone woord is, terwijl terugghe uit het Zuid-Oosten schijnt te zijn opgedrongen. — Zie ook: achterbaks.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

terug bijw., mnl. terugghe. Vgl. mnl. achter rugghe “terug, achteruit, van zich af, achterover”. = ohd. zi rucke “achterwaarts” (nhd. zurück), mnd. torugge “id.”. Voor de bet. vgl. eng. back “terug” (zie achterbaks).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

terug. Mnl. terugghe is in het Westen nog zeldzaam tegenover het gewone achter rugghe; het woord schijnt zich van het Z.-O. uit te hebben verbreid.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

terug bijw., Mnl. terugghe + Ndd. torügge, Hgd. zurück = ruggelings: uit te en rug: vergel. Eng. back = 1. rug, 2. terug.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tru bw., tw., ww.
Agtertoe, of uitroep waarmee iemand of iets beveel word om agteruit te beweeg, of agteruit (laat) loop, staan of ry.
Sametrekking van terug. Tru tree as eerste lid op in 'n aantal samestellings wat met 'n motor verband hou, o.a. trulig, -rat en -spieël.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

tru: – treu/troei – , uitr. v. diere (veral koeie) om terug te staan; Ndl./Afr. terug (Mnl. terugghe = achter rugghe), Hd. zurück (vgl. Eng. bw. back uit aback uit Oeng. on baec, “na agter”), tans in ss. v. tegn. aard, bv. trurat en truterugtrekveer.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Terug, te = naar; het woord w.d.z.: naar den rug gekeerd, dus rug- of achterwaarts.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

terug ‘bijwoord van richting: achteruit, retour’ -> Javindo teruh ‘bijwoord van richting: achteruit, retour’; Negerhollands teryg ‘bijwoord van richting: achteruit, retour’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

terug* bijwoord van richting: achteruit, retour 1376-1400 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut