Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

terpentijn - (vloeibare hars, verfoplosmiddel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

terpentijn zn. ‘vloeibare hars, verfoplosmiddel’
Mnl. doeter toe terbentine j pont ‘doe er één pond terpentijn bij’ [1351; MNW-P], termentijn [1400-50; MNW], tarpentijn ende peck ‘terpentijn en pek’ [1464; MNW], terpentijn eerst in de samenstelling terpentijn boom ‘terebint’ [1477; MNW-P]; vnnl. veel terpentijn [1551; MNW vaselinc].
Ontleend aan Oudfrans terbentine ‘terpentijn’ [ca. 1130; Rey] (Nieuwfrans térébenthine), ontleend aan Latijn terebinthīna (rēsīna) ‘(hars) van de terebint, terpentijnboom’, het vrouwelijke bn. bij terebinthus ‘terpentijnboom’, dat ontleend is aan Grieks terébinthos ‘id.’. Dit is een onder volksetymologische invloed van erébinthos ‘kikkererwt’ ontstane nevenvorm van ouder términthos ‘terpentijnboom’, dat een leenwoord is uit een onbekende voor-Griekse taal.
Terpentijn, oorspronkelijk hars van de terebint, of beter de terpentijnolie die daaruit door destillatie wordt verkregen, werd en wordt gebruikt om olieverf en vernis te verdunnen.
terpentine zn. (NN) ‘synthetisch verfoplosmiddel’. Nnl. terpentine ‘restproduct bij de bewerking van benzine’ [1911; NRC], “terpentine” of “imitatie terpentijn” [1915; NRC], Terpentina ter vervanging van Terpentijn [1917; Zierikzeesche Nieuwsbode]. Een afleiding van terpentijn, mogelijk naar het voorbeeld van de handelsnaam terpentina ‘terpentine’ (iWNT), met het voor chemische namen als benzine en margarine gebruikte achtervoegsel -ine. Terpentine (andere namen white spirit en peut) wordt gebruikt als vervanging van terpentijn voor de oplossing van verven e.d.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

terpentijn [vloeibare hars] {termentijn, terbentijn, terpentijn 1401-1450} < oudfrans terbentine < middeleeuws latijn terebintina (resina) (de hars) van de terebinthus [terpentijnboom] < grieks terebinthos [idem], vermoedelijk van minoïsche herkomst. De nevenvorm termentijn is wel ontleend via it., spaans of portugees → terebint.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

terpentijn znw. m., mnl. terbentijn, termentijn, terpentijn < ofra. térébenthine < mlat. terebíntĩna (resīna) ‘hars van de terebint’ < lat. terebinthus < gr. terébintos, waarsch. overgenomen uit de taal der kretisch-minoische oerbevolking. — > russ. terpentín (sedert de 18de eeuw, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 99).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

terpentijn znw., mnl. terbentijn (term-, tarp-) m. De vorm met m is vooral zuidndl. nog zeer verbreid. Uit fr. térébenthine of mlat. terebinthī̆na. Ook elders ontleend. Van terebinthus, gr. terébinthos “terpentijnboom”. Mnl. ook terebint “terpentijn”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

terpentijn v., uit Mlat. terebinthinam (-a),zelfst. gebr. vr. adj. afgel. van Lat. terebinthus, uit Gr. terébinthos = terpentijnboom.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

terpentyn s.nw.
1. Vloeibare hars uit sekere dennebome. 2. Helder olie deur distillasie van terpentyn (terpentyn 1) verkry.
Uit Ndl. terpentijn (al Mnl. in bet. 1, 1676 in bet. 2).
Ndl. terpentijn, met wisselvorme terbentijn, termentijn (al Mnl.), uit Oudfrans terbentine uit Latyn terebintina (resina), 'n afleiding van terebinthus 'terpentynboom', lett. 'hars van die terpentynboom'.
D. Terpentin, Eng. turpentine.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

terpentyn: – (plat) tarmtyn – , vloeibare brandstof uit naaldbome; Ndl. terpentijn, SNdl. termentijn (Mnl. terben-/tarpen-/termentyn/-ine, ander veroud. vorme ter(e)bentijn/terebinthijn), Fr. térébinthine, Port. termentina, It. en Sp. trementina, Eng. turpentine, via Ll. terebinthina uit Lat. terebinthus en Gr. terebinthos (terminthos), “terpentynboom”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

terpentijn (Oudfrans terbentine)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Terpentijn, van ’t Lat. terebinthus, Gr. terebinthos = terpentijnboom.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

terpentijn ‘vloeibare hars’ -> Duits Terpentin ‘vloeibare hars’; Pools terpentyna ‘vloeibare hars’ (uit Nederlands of Duits); Russisch terpentin ‘vloeibare hars’; Oekraïens terpentin ‘vloeibare hars’ ; Litouws terpentinas ‘vloeibare hars’ (uit Nederlands of Duits); Gã tanti ‘vloeibare hars’; Indonesisch térpéntin, tarpéntin ‘vloeibare hars’; Singalees tarpantayin ‘vloeibare hars’; Japans † terepin ‘vloeibare hars’; Papiaments tèrpentein (ouder: terpentyn) ‘vloeibare hars’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

terpentijn vloeibare hars 1401-1450 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut