Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

terp - (opgeworpen heuvel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

terp zn. ‘opgeworpen heuvel’
Vnnl. hoijlandt, genoempt dat olde terp ‘hooiland, genaamd de oude terp’ [1511; iWNT pond], Dit ... Jaer worde het Terp ... hooger ende grooter gemaeckt [1597; iWNT].
Ontleend aan Nieuwfries terp ‘terp’, ontwikkeld uit Oudfries therp ‘terp, hoger gelegen land, bouwland’, zelden ‘nederzetting’, soms ook in de vorm thorp, terp, torp, tarp ‘id.’, een ontwikkeling van Proto-Germaans *þurpa- ‘hoeve, huis’, zie → dorp.
Lit.: K.F. Gildemacher (2008), Terpen en terpnamen, Leeuwarden, 241-278

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

terp [heuvel] {1597} < fries terp, ablautend naast dorp.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

terp znw., friese vorm voor dorp.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

terp znw. Uit fri. terp “terp” < ofri. therp o. “dorp”. Zie dorp.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

terp v., een Friesche abl. van dorp.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

terp 'wierde, kunstmatige hoogte'
Ofri. therp gaat terug op germ. *þarpa-, een ablautvariant van germ. *þurpa-, dorp 'hoeve, (dochter)nederzetting', met betekenisverschuiving tot 'wierde, kunstmatige hoogte', nog later tot 'akkerland'. De variant terp vertoont de Friese ontwikkeling van þ- naar t-. Het grondwoord terp werd in Friesland productief vanaf de 12e eeuw en komt vanaf de 16e eeuw steeds vaker voor in veldnamen met de verschoven betekenis 'akkerland'1. Blijkens onderzoek van Halbertsma heeft Fries terp zijn huidige betekenis van 'wierde' pas op het einde van de middeleeuwen ontwikkeld. In een aantal plaatsnamen heeft terp waarschijnlijk nog de oorspronkelijke betekenis van 'dorp', zoals in → Greonterp, → Olterterp en → Ureterp. Oudste attestaties: 13e eeuw Grewingdorp (→ Greonterp), idem Slaperdorp (→ Slappeterp).
Lit. 1Gildemacher 2008 277.

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

terp (Fries terp)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

terp ‘kunstmatige heuvel’ -> Engels terp ‘kunstmatige heuvel’; Duits Terp ‘kunstmatige heuvel’; Tsjechisch terpa ‘kunstmatige heuvel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

terp heuvel 1597 [WNT] <Fries

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut