Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

term - (uitdrukking)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

term zn. ‘uitdrukking’
Mnl. eerst ‘in het geding gebracht’ in in teermen gheset [1350-1420; MNW], dan de termen ende woorde van der Vlaemschen tale ‘de uitdrukkingen en woorden van het Vlaams’ [1451-60; MNW]; vnnl. termen van Rechte ‘taal van het recht’ [1571; WNT].
Ontleend aan Frans terme ‘vakterm’ [1373; Rey], ook ‘uitdrukking’ [ca. 1360; Rey], dat ontleend is aan middeleeuws Latijn terminus ‘wat de betekenis afperkt’ [na 1250; Rey], een specialisatie van Latijn terminus ‘grenspaal’, zie → termijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

term [uitdrukking] {term(e) 1291-1300} < frans terme [grens, einde, termijn, uitdrukking, term] < latijn terminus [grens, einde], uit ouder termen (2e nv. terminis) [idem] (vgl. termijn1). In de uitdrukking hij valt niet in de termen [hij is ervan uitgesloten] is term in het middelnl. de voor de behandeling van een rechtszaak vastgestelde dag of tijd, zodat de uitdrukking in principe betekent dat hij niet valt onder het bereik van de strafwet.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

term 2 znw. m., ‘tijdperk’, mnl. terme, term, term(p)t enz. ‘grens; afgebakende tijd, uitdrukking’ < fra. terme < lat. terminus ‘grens’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

term II (bewoording enz.), reeds mnl. Uit fr. terme (< lat. terminus). Ook elders ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

term s.nw.
1. Woord met 'n skerp omlynde bet. wat in 'n bepaalde vak gebruik word. 2. (wiskunde) Lid van 'n algebraïese vorm. 3. Lid van 'n sillogisme. 4. (meestal in die mv. terme) Voorwaarde.
In bet. 1 - 3 uit Ndl. term (1548 in bet. 1, 1809 in bet. 2). Ndl. term kom al in Mnl. voor in die bet. 'afgebakende gebied, tyd; vasgestelde dag vir regsaak; uitdrukking'. In bet. 4 uit Eng. terms (1315).
Mnl. term uit Fr. terme (1283) 'grens, termyn, uitdrukking' uit Latyn terminus 'grens, einde'.
Vgl. termyn.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

term ‘uitdrukking’ (Frans terme); ‘voorwaarde’ (Engels term); (in -en van) (vert. van Engels in terms of)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Term (Lat. térmo of términus = Gr. τέρμα (térma) = grenspaal, doel, einde). In atoomtheorie: bepaalde energietrap.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Term (< Lat. terminus = grenspaal; vd. het bepalende, dus ook het woord, de naam). Als vertaling van het Gr. ὄνομα, dat met zijn Lat. aequivalent nomen ook gebruikt werd in den zin van element van een door optellen of aftrekken gevormde uitdrukking, kreeg terminus in de 17e eeuw ook de betekenis van wat wij nu nog term van een algebraïsche uitdrukking noemen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

term ‘(verouderd) grens, afgebakend gebied’ -> Duits dialect Term ‘grens, afgebakend gebied’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

term uitdrukking 1291-1300 [CG Luiks Diat.] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2251. In de termen vallen,

d.w.z. in aanmerking komen, aanleiding geven om. In het ofr. komt terme voor in de bet. assise, audience; mnl. term, de voor de behandeling eener rechtszaak vastgestelde dag of tijd; eng. terms, berechtingstijd: vandaar in termen setten, in beraadslaging brengen, aan de orde stellen. Hieraan herinnert de ndl. zegswijze: er zijn geen termen om iemand te veroordeelen, d.i. geen rechtsgronden; en zoo ook dat valt niet in de termen, d.i. dat valt niet onder het bereik der strafwet, bij uitbreiding: is ergens niet toe te brengen, geeft geen aanleiding om. Zie Mnl. Wdb. VIII, 256.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut