Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tennis - (balspel met racket)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tennis zn. ‘balspel met racket’
Nnl. het schoone spel “lawn tennis” [1884; Gids 4, 239], nu speelt ze tennis [1886; Gids 4, 310].
Ontleend aan Engels tennis ‘tennis op gras’ [1877; OED], als verkorting van lawn tennis ‘id.’ [1874; OED], een combinatie van lawn ‘gazon, grasbaan’ en tennis waarmee een gewijzigde variant werd aangeduid van een ouder balspel met een slaghout, tennis [1617; OED]. Eerder al teneys [ca. 1440; OED] en tenetz [ca. 1400; OED], een naam die vermoedelijk ontleend is aan Frans tenez ‘houd (hem)!’, dat de gebiedende wijs meervoud van tenir ‘houden’ [11e eeuw; Rey] en een gewijzigde vorm van tener ‘id.’ [980; Rey] is. Dit tener is ontstaan uit vulgair Latijn *tenire dat misschien een variant is van klassiek Latijn tenēre ‘houden’, zie → tenor.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tennis [slagbalspel] {1901-1925, aanvankelijk lawn-tennis 1887} < engels tennis, ontleend aan frans tenez [hier!, vang!], de kreet geslaakt door de server.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tennis znw. o., in het laatste kwart der 19de eeuw < ne. lawntennis, een spel op een grasveld, dat in 1873 door Sir William Hart Dyke volgens de nog geldende regels werd vastgesteld. Sedert de 14de eeuw kende men het woord tennis voor een spel met bal, slaghout en net, dat zijn naam ontleende aan ofra. tenez ‘pakt, houdt tegen’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† tennis znw. o. Jonge ontlening uit het Eng. Ook elders ontleend. Het eng. woord wordt wel uit de fr. imperatiefvorm tenez van tenir ‘houden’ afgeleid.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tennis s.nw.
Tipe spel met 'n raket en balle.
Uit Eng. tennis (1400).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

tennis: balspel m. raket oor ’n net op ’n baan; Eng. (wu. ook Ndl.) tennis, wsk. uit Ang.-Fr. tenetz, 2e pers. mv. imp. v. ww. tenir, “hou”, eint. “keer” (die bal).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tennis (Engels tennis)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tennis ‘slagbalspel’ -> Indonesisch ténis ‘slagbalspel’; Javaans dialect tènis ‘slagbalspel’; Madoerees tennēs ‘slagbalspel’; Minangkabaus tenis ‘slagbalspel’; Papiaments tènis ‘slagbalspel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tennis slagbalspel 1901 [WNT club] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut