Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

temperatuur - (warmtegraad)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

temperatuur 1 zn. ‘warmtegraad’
Nnl. temperatuur ‘gesteldheid van een organisme’ [1779; De Vries], temperatuur (‘warmtegraad’) van de “inwendige” en “uitwendige” lugt [1784; Damen].
Ontleend, wellicht via Frans température ‘warmtegraad’ [1547; Rey], eerder al ‘gesteldheid van een organisme’ [1538; Rey], aan laat-Latijn temperatura < klassiek Latijn temperātūra ‘juiste menging’, een afleiding van temperāre ‘juist mengen, matigen, de juiste temperatuur geven’, zie → temperen.
Aanvankelijk werd hiervoor ook wel getemperdheid [1756; Baker] gebruikt, een afleiding van temperen die eerder ook ‘gesteldheid’ [1654; iWNT] betekende.
Lit.: J. de Vries (1779), Natuurkundige en ophelderende aanmerkingen, Amsterdam, 162; C.H.Damen (1784), Natuur- en wiskundige beschouwing van den lugtbol, Utrecht, 166; H. Baker (1756), Nuttig gebruik van het mikroskoop, Amsteldam, 113

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

temperatuur [warmtegraad] {1868} < frans température [idem] < latijn temperatura aeris, temperatura [juiste menging] (vgl. temperen1), aeris (2e nv. van aer) [van de lucht, van het weer] (vgl. aëro-).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

temperatuur s.nw.
Hittegraad.
Uit Ndl. temperatuur (1793).
Ndl. temperatuur uit Fr. température uit Latyn temperatura (aeris) 'juiste menging (van die lug)' van temperare 'in die regte verhouding meng'.
D. Temperatur, Eng. temperature.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Temperatuur (Lat. temperatúra = juiste vermenging, juiste gesteldheid (van de lucht), temperatuur; temperáre = de juiste maat houden, in behoorlijke verhouding brengen, matigen). Gesteldheid van de atmosfeer, warmtegraad. In de muziek: gelijkzwevende temperatuur.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

temperatuur ‘warmtegraad’ -> Indonesisch témpératur ‘warmtegraad’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

temperatuur warmtegraad 1793 [WNT zoutzuur I] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal