Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

temperament - (karakter; vurigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

temperament zn. ‘karakter; vurigheid’
Vnnl. Het temperament van allen is ... vochtich ‘de fysieke constellatie van alle (eilanden) is vochtig’ [1622; iWNT vochtig], een temperament dat heet en vochtich is ‘een karakter dat heet en vochtig is’ [1624; iWNT sanguineus], het temperament van dese gecomposeerde forme ‘de samenstelling van deze opgestelde regeling’ [1627; iWNT vorm], haar gezond temperament ‘haar gezonde vurigheid’ [1699; iWNT pas I].
Ontleend, al dan niet via Frans tempérament ‘karakteristieke eigenschappen van een organisme’ [1478; TLF], ook ‘matiging, maat’ [1522; TLF], aan Latijn temperāmentum ‘juiste menging, juiste maat’, een afleiding van temperāre ‘juist mengen, matigen’. Zie → temperen.
In de middeleeuwse medische wetenschap speelden de vier humores of lichaamssappen een belangrijke rol. De middeleeuwse geneesheren geloofden namelijk, in navolging van de Griekse artsen, dat vier lichaamssappen de gezondheidstoestand en het temperament van de mens bepalen: phlegma of slijm, sanguis of bloed, cholè of gele gal en melancholia, zwarte gal. Het woord temperamentum betekende in het Latijn ‘juiste hoeveelheid bij het mengen (namelijk van de lichaamssappen), juiste maat, evenwicht’, en vandaar kreeg temperament de betekenis ‘natuurlijke gemoedsgesteldheid’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

temperament [overheersende gemoedsgesteldheid] {1634} < frans tempérament [idem] < latijn temperamentum [juiste maat, evenwicht, goede verhouding bij het mengen] (vgl. temperen1); de psychische constitutie hing volgens geleerden als Galenus af van de juiste menging van de vier lichaamssappen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

temperament znw. o., sedert de 17de eeuw < lat. temperamentum ‘vermenging’, een woord van de oude geneeskunde: volgens Galenus hangt de geestelijke gesteldheid van de mens van de vermenging der lichaamsvochten af. In het ouder-nnl. gebruikte men daarvoor tempering(e), zie: temperen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† temperament znw. o., niet bij Kil., wel in de 17e eeuw. Internationaal woord uit lat. temperâmentum ‘vermenging’: volgens oude geneeskundige opvatting (naar Galenus) hangt de geestelijke gesteldheid van den mens af van de vermenging der lichaamsvochten. Ouder-nnl. komt tempering(e) (zie temperen) in de bet. ‘temperament’ voor.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

temperament s.nw.
1. Natuurlike geaardheid wat 'n persoon se optrede bepaal. 2. Emosionele geaardheid.
Uit Ndl. temperament (1634 in bet. 1, 1787 - 1789 in bet. 2).
Ndl. temperament uit Fr. tempérament uit Latyn temperamentum 'juiste maat, goeie verhouding by vermenging', 'n afleiding van temperare 'in die regte verhouding meng'. Volgens die geneeskundige opvatting van die ou Romeine, ontleen aan die Grieke, hang die geestelike gesteldheid van die mens af van die vermenging van die vier aangenome liggaamsvogte, nl. bloed, geel gal, swart gal en slym, en die vier samestellende elemente met hulle hoofeienskappe, nl. droog, vogtig, warm en koud. So is dan vier 'temperamente' onderskei.
D. Temperament, Eng. temperament.
Vgl. temper.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

temperament (Latijn temperamentum)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Temperament noemt men de bijzondere, min of meer aangeboren gesteldheid van ’t menschelijk gemoed, zijn gemoedsaard. De verscheidenheid der temperamenten zochten de Ouden verklaren uit de bijzondere vermenging (temperamentum) van de lichaamssappen, zooals de gal en ’t bloed. Daarnaar onderscheidden zij vier temperamenten, en wel:
1°. Het cholerische, waarbij de gele gal (Gr. cholè) overheerschend was. Dit cholerisch temp. kenmerkt zich door volharding, vastberadenheid, lichaamskracht, gepaard met eerzucht en prikkelbaarheid.
2°. Het sanguinische (Lat. sanguis = bloed; dus het bloedrijke T.) wordt gekenmerkt door groote beweeglijkheid en doordat het licht in toorn ontvlamt of zich spoedig laat opwinden. Evenwel zijn deze gemoedsstemmingen niet van langen duur. Ook kenmerkt het sang. temp. zich door de neiging, alles nog al luchthartig, van de vroolijke zijde op te nemen.
3°. Het melancholische (Gr. melaina cholè = zwarte gal, vandaar zwartgallig). Dit kenmerkt zich door sterke, maar langzaam afnemende gemoedsbewegingen en is meer tot droefgeestigheid dan tot vroolijkheid geneigd. Een melancholisch mensch is ernstig, in zich zelf gekeerd en zwaarmoedig, en wordt licht een menschenhater.
4°. Het phlegmatische (Gr. phlegma = lymphe of slijm; aan dit slijmerige, meer dikke bloed schreven de oude geneeskundigen den aanleg toe tot traagheid van geest). Het phlegm. Temp. kenmerkt zich dan ook door traagheid in de verandering van gemoedsstemmingen, het blijft koel en koud, waar anderen in geestdrift, in vuur geraken of door droefheid, enz. worden aangegrepen; het is koel en berekenend en gaat gepaard met gemakzucht.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

temperament ‘gemoedsaard’ -> Indonesisch témpéramén ‘gemoedsaard’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

temperament gemoedsaard 1634 [WNT] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut