Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

temmen - (tam maken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

temmen ww. ‘tam maken’
Mnl. temmen ‘tam maken, domesticeren’ [1240; Bern.], overdrachtelijk ook ‘bedwingen, beheersen’ in En adden niet ghetemt die romeine. Dat sie sulc hadden te broken ‘als de Romeinen niet hadden belet dat ze dat hadden verwoest’ [1285; VMNW], Te temmene des vleyschs begerlichede ‘de vleselijke begeerte te bedwingen’ [1440-60; MNW-R].
Afleiding met umlaut van het bn.tam.
Mnd. temmen; ohd. zemmen (nhd. zähmen); ofri. temia (nfri. tamje); oe. temman, temian (maar ne. tame is een jonger denominatief); on. temja (nzw. tämja); got. gatamjan; alle ‘temmen, bedwingen’, < pgm. *tamjan-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

temmen* [tam maken] {1201-1250} middelnederduits temmen, oudhoogduits zemmen, oudengels temman, oudnoors temja, gotisch gatamjan; buiten het germ. latijn domare [temmen], grieks damnèmi [ik tem], oudiers damnaim [idem], oudindisch damayati [hij temt], damya- [jonge stier (die nog getemd moet worden)]; het begrip temmen is afgeleid van tam.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

temmen ww., mnl. mnd. temmen, ohd. zemmen (nhd. zähmen), oe. temman, temian (ne. tame is echter jonger denominatief), on. temja, got. gatamjan, naar de vorm te vergelijken met oi. damáyati. — Daarnaast andere formatie ohd. zamōn, lat. domāre, gr. damáō ‘temmen’. — Zie: tam.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tam bnw., mnl. tam (gen. tāmes). = ohd. zam (nhd. zahm), os. tam, ofri. tam (?), ags. tam, tom (eng. tame), on. tamr “tam”. Hiervan mnl. temmen (nnl. temmen), ohd. zemmen (nhd. zähmen), mnd. temmen, ags. temman, temian (eng. to tame is een jonger denominativum), on. temja, got. ga-tamjan “temmen”. = oi. damáyati “hij bedwingt”. Hiernaast ohd. zamôn “temmen” = lat. domo (inf. domâre), gr. damáō “ik tem, bedwing”. Verder hierbij kymr. dof “tam”, ier. da(i)mid “hij staat toe”, fo-daim “hij duldt”, gr. dámnēmi “ik bedwing” (verl. deelw. dmē-tós, dor. dmā-tós), oi. damá- “bedwingend”, dā́myati “hij is tam, temt, bedwingt” (verl. deelw. dântá-); hierbij nog diernamen als gr. damálēs “jonge stier”, ier. dam “os”, alb. dem “rund, jonge stier”. De idg. basis was demâ-. Vgl. tamelijk.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

temmen o.w., Mnl. id., met e = ä, denomin. van tam.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

teme (ww.) tam maken; Aajdnederlands temmen <814-815>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tem ww.
1. Mak maak. 2. Onderwerp.
Uit Ndl. temmen (al Mnl.). Mnl. temmen is reeds 'n Oudgermaanse afleiding van die b.nw. wat in Afr. en Ndl. (al Mnl.) tam is.
Vgl. tam.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Tam, van den Germ. wt. tem = passend zijn, zich voegen, schikken; vandaar is tam: zich willig voegend, gedwee; vgl. ’t Mnl. temen, ons betamen (letterlijk bij-passen); bij Maerlant: „Dat dinct mi ontame” (dat dunkt mij onbetamelijk, ongepast). Het denom. is temmen: tam maken. Hoogerop schijnt het woord verwant met den Idg. wt. dem = passend samenvoegen, bouwen, vgl. ons: timmeren, en ’t Lat. domus = huis.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

temmen* tam maken 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut