Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

teljoor - (bord)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

teljoor [bord] {ta(e)ljoor, teljoor [schotel, vooral dienend voor het snijden van vlees] 1441} < frans tailloir [hakbord], van tailler (vgl. taille).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

telloor znw. v. (zuidnl.) ‘bord’ < fra. tailloir ‘hakbord’ afl. van tailler < lat. taliāre ‘splijten, snijden’. — Evenals in het nhd. heet het met accentverspringing teller ten O. van een lijn van Maastricht naar de Lauwerszee (vgl. J. Daan, Album Blancquaert 1958, 239).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

teljoor v., Mnl. telioor, taeljoor, gelijk Hgd. teller, uit Fr. tailloir = 1 hakbord, 2. snee brood die als bord diende, van tailler: z. talie.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

teljoor, teljuur, talloor, teleur, telier, teier, telder, terluur, terleur, zn.: eetbord, soepbord; bord. Ook Br. telloor, talluur, Wvl. taljore, teljore. Mnl. taeljoor, talioor, teljoor ‘schotel, vooral om er vlees op te snijden’, Vnnl. 1532 van dese brederkens oft tellueren te verven, Hasselt (Gessler 100); 1562 taeljoore ‘trenchoir’, teljoor ‘une assiete, trenchoir ou tailloir’ (Lambrecht), 1599 talioor ‘eetbord’ (Kiliaan). Mfr. tailloir ‘bord om vlees op te versnijden’, afl. van Ofr. taillier, Fr. tailler ‘snijden’ < volkslat. taliare. D. Teller is hetzelfde woord met dezelfde herkomst. Hieruit telder met ingeschoven d, zoals in kelder < keller. Vgl. ook 14e-15e eeuws tailloorbroot (Debrabandere 1977, 420).

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

talloor, talluur, teljoor, telloor, zn.: eetbord, soepbord. In Tilburg is een telloor ook een ‘waterketel op drie poten’. Wvl. ook taljore, teljore. Mnl. taeljoor, talioor, teljoor ‘schotel, vooral om er vlees op te snijden’, Vnnl. taeljoore ‘trenchoir’, teljoor ‘une assiete, trenchoir ou tailloir’ (Lambrecht), talioor ‘eetbord’ (Kiliaan).1487 teljoren, Leuven; 1749 een tenne talloer, Goetsenhoven (Kempeneers). Mfr. tailloir ‘bord om vlees op te versnijden’, afl. van Ofr. taillier, Fr. tailler ‘snijden’ < volkslat. taliare. D. Teller is hetzelfde woord met dezelfde herkomst. Vgl. ook 14e-15e eeuws tailloorbroot (Debrabandere 1977, 420).

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

tallore (G, ZO), talloor (B, W), zn. v.: eetbord. Mnl. taeljoor, talioor, teljoor 'schotel, vooral om er vlees op te snijden', 1410 tellueren, Oudenaarde (Hoebeke 1068), Vnnl. taeljoore 'trenchoir', teljoor 'une assiete, trenchoir ou tailloir' (Lambrecht), talioor 'eetbord' (Kiliaan). Mfr. tailloir 'bord om vlees op te versnijden', afl. van Ofr. taillier, Fr. tailler 'snijden' < volkslat. taliare. D. Teller is hetzelfde woord met dezelfde herkomst. Vgl. ook 14e-15e eeuws tailloorbroot (Debrabandere 1977, 420).

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

telloor bord (Zuid-Nederland). « fra. tailloir ‘hakbord’. Jongere ontlening dan teller ↑.
NEW 729, Roukens krt. 9.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

taljore (DB, B, P), tallore (D, I, M, O, R), teljore (DB), zn. v.; teljoor (FV), zn. o.: bord, eetbord. Onbekend in Kortrijk. Mnl. taeljoor, talioor, teljoor ‘schotel, vooral om er vlees op te snijden’, Vroegnnl. taeljoore ‘trenchoir’, teljoor ‘une assiete, trenchoir ou tailloir’ (Lambrecht), talioor ‘orbis mensarius, orbiculus, quadramensa, discus, quadra sive discus quo utimur in mensa ad epulas in frusta conscindendas ‘ (Kiliaan). Mfr. tailloir ‘bord om vlees op te versnijden’, afl. van Ofr. taillier, Fr. tailler ‘snijden’ < volkslat. taliare. D. Teller ‘bord’ is hetzelfde woord met zelfde herkomst. Vgl. ook 14-15e eeuws tailloorbroot (Debrabandere 1977,420).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

teljoor, teljoortje ‘(gewestelijk) bord’ -> Deens tallerken ‘etensbord’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors tallerken ‘etensbord’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds tallrik ‘bord, schotel’ (uit Nederlands of Nederduits); Papiaments tayó (ouder: tajoor) ‘bord’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

teljoor. Het woord teljoor is tegenwoordig volgens de Grote Van Dale uitsluitend gewestelijk bekend. Het wordt gebruikt voor een eetbord. Het eerste voorkomen was in 1441 in de betekenis 'schotel, vooral dienend voor het snijden van vlees'. Het woord gaat terug op het Franse tailloir 'hakbord'; het wordt in Nederlandse dialecten ook gespeld als taljoor.

In het Standaardnederlands mag het woord dan zijn verdwenen, in het Papiaments is het daarentegen nog springlevend. Een tayó duidt een bord aan. Een tayó di plèstik is een plastic bord, een tayó pa kologá na muraya is een wandbord. In het Deens en Noors is tallerken 'etensbord' gebruikelijk: dit is ontleend aan het Nederlandse of Middelnederduitse tallorken, tellerken, waarin -ken het verkleiningsachtervoegsel is, vergelijk het dialectwoord huuske(n) 'huisje'. En zo heeft het Nederlandse woord in andere talen weten te overleven.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal