Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

teleurstellen - (verwachtingen niet vervullen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

teleurstellen ww. ‘verwachtingen niet vervullen’
Mnl. ter luere setten, leiden e.d. ‘misleiden, (iemands) verwachtingen niet vervullen’ in V staat wel uor v te siene Dat men v niet lede ter luere ‘u moet goed opletten dat men u niet zal misleiden’ [1350-1400; MNW-R], Al worde hi al gheset ter loer ‘al zal hij ook geheel worden misleid ...’ [1470-90; MNW-R], ter loyr setten, ter lore setten ‘bedriegen, misleiden’ [1477; Teuth.]; vnnl. Swerelts ydel vruecht stelt mi nv ter luere [1539; iWNT], die hy ... zo wel ter luere ghestelt ende bedroghen hadde in die coop ‘die hij zo erg had misleid en bedrogen bij die aankoop’ [1562-92; MNW], Set Giertje jou te loor ‘als G. jou teleurstelt’ [1623; iWNT wars I], Te leur gestelt van deeze hoope [1642; iWNT]; nnl. teleurstellen [1823; Holtrop/Stevenson disappoint].
Gevormd uit de vaste verbinding te leur (mnl. ter leure) en het werkwoord → stellen ‘plaatsen, zetten’. Het zn. leur komt alleen in combinatie voor met het voorzetsel → te 1 ‘in, op e.d.’. Het is een oude afleiding met grammatische wisseling en umlaut van de wortel van het werkwoord → verliezen ‘kwijtraken’, dat oorspr. ook ‘vergeefs doen’ en ‘te gronde richten’ betekende. Ter leure betekende dus min of meer ‘verloren, vergeefs’; in combinatie met overgankelijke werkwoorden van beweging, zoals stellen, zetten, leiden, leidde dit tot de betekenis ‘(iemand) de hoop of verwachting doen verliezen, (iemands handeling) vergeefs doen zijn, (iemand) bedrogen uit doen komen, misleiden’, terwijl de combinatie met onovergankelijke werkwoorden, zoals gaan, staan, lopen, zijn, leidde tot de betekenis ‘verloren gaan, vergeefs zijn, geen succes hebben’. Tegenwoordig bestaan alleen nog teleurstellen en → teloorgaan, die zich beide gedragen als scheidbaar samengestelde werkwoorden en waarin het eerste deel dus meestal als één woord wordt geschreven.
Oe. lyre ‘verlies’; < pgm. *luzi-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

teleurstellen* [niet vervullen] {1539} van het tweede lid van verliezen, verloor.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

teleurstellen

Het woord leur kwam vroeger voor in een aantal vaste verbindingen die behalve te leur stellen thans alle verouderd zijn. Men zeide: te leur komen, te leur gaan en te leur lopen voor: verloren gaan; te leur vallen voor: geen succes hebben. Te leur gaan hebben wij nog over in te loor gaan en daaruit blijkt ook de oorspronkelijke betekenis: verlies. Het daarbij behorende werkwoord is verliezen, waarvan de verleden tijd luidt: verloor. Zo is de r in het woord leur te verklaren. Er is een ander woord leur, dat verwant is met lor en dat: vod, prul betekent. Het daarbij behorende werkwoord is leuren: langs de huizen gaan om iets te verkopen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

leur 3 in te leur stellen, mnl. ter lōre, leure, luere stellen, setten, leiden en te(r) lōre vallen ‘bedrogen uitkomen, te kort schieten’. — Dit leure is evenals oe. lyre m. ‘verlies’ het germ. *luzi, dat een abstractum bij verliezen is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

leur III in te leur stellen, mnl. 16.-eeuwsch lȫr(e), lōr(e) in te(r) lȫre (lōre) stellen, leiden, setten “te leur stellen, misleiden”, te leur vallen “bedrogen uitkomen”. Lōre (ȫ) = ags. lyre m. “verlies”, germ. *luzi-, abstractum bij verliezen. Vgl. loor.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

leur 4 v., in te leur, Mnl. lore, van denz. stam als 't meerv. imp. van (ver)liezen.

teleurstellen o.w., z. leur 3 en vergel. Fr. leurrer.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

teleurstel ww.
Nie aan 'n verwagting voldoen nie.
Uit Ndl. teleurstellen (1539), 'n koppeling van te leur stellen (Mnl. te(r) lore stellen 'teleurstel, mislei'). Ndl. leur en Mnl. lore hou verband met die ww. verliezen 'verlies ly, verloor'.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Teleurstellen, van ’t Mnl. te lore of te leure = te niet, verloren, van ’t werkw. (ver)liesen; vgl. te loor gaan = verloren gaan. Teleurstellen is dus: te niet stellen; tot niet maken; verloren doen gaan, n.1. de opgewekte verwachting.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

teleurstellen ‘in zijn verwachtingen bedriegen’ -> Fries teleur stelle ‘in zijn verwachtingen bedriegen’; Duits dialect teleurstellen, telörstellen, telöörstellen ‘in zijn verwachtingen bedriegen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

teleurstellen* niet vervullen 1539 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1367. Iemand te leur stellen,

d.w.z. iemand in zijne verwachtingen bedriegen; laat-mnl. te(r) lore, luere, leure stellen, setten, leiden, bedriegen, misleiden; te lore vallen, bedrogen uitkomen; Kiliaen: Te lore stellen, frustrare, decipere; 16de eeuw: iemand te leuren setten, stellen naast ter lueren staan; 17de eeuw te(r) leur(e) stellen; ook te leur komen, vergeefs komen. Het znw. lore, leure is identisch met het ags. lyre, verlies, abstractum bij het ww. verliezen; oostfri. to lör (of löre) maken, zu Nichte machen (Ten Doornk. Koolm. II, 530). Zie Mnl. Wdb. IV, 803-804; VII, 2068; Halma, 313; Sewel, 450; Ndl. Wdb. VIII, 1696; bij Teirl. II, 209: zeure(n) komt te leure, wie zeurt (bedriegt), verliest toch. Zie no. 1433.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut