Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

telefoon - (ver)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tele- voorv. ‘ver’
Nnl. in bijv. telescoop, telegraaf, telegram, telefoon, telepathie, televisie, telecommunicatie, als in: nnl. zoo dat om ze gemakkelyker te zien, een Telescoop van 2 voet moest werden gebruikt [1758; Leeuwarder Courant], uitvinding van een telegraphe of correspondentiewyzer [1794; Picarta], overeenkomsten gesloten door middel van brieven, boden, openbare aankondigingen of telegrammen [1860; Picarta], telephone ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’ [1875; WNT], Ze hebben zelfs voor die eigenaardige gemeenschap op een afstand een mooi Grieks woord samengesmeed dat telepathie heet [1898; Leeuwarder Courant], het vraagstuk der televisie, het vèr zien van levende beelden [1910; Leeuwarder Courant], een Internationale Unie van Telecommunicatie [1935; Het Vaderland], zoals men de radio of de televisie aanzet [1958; WNT Aanv.].
Internationale ontlening aan Grieks tēle-, combinatievorm van het bijwoord tẽle ‘ver weg, op afstand’.
Grieks tẽle (Aeolisch pḗlui) is verwant met: Sanskrit caramá ‘verst verwijderd’, cirás ‘langdurig’; Welsh pell ‘ver’; < pie. *kwelh1- ‘ver in afstand, ver in tijd’ (IEW 640), dat wrsch. dezelfde wortel is als de wortel *kwelh1- ‘draaien, keren, wenden’ (LIV 386, i.h.b. noot 1) van → wiel.
De meeste zelfstandige naamwoorden met tele- zijn internationale wetenschappelijke termen. De hierboven genoemde woorden zijn gevormd met resp. de achtervoegsels → -scoop ‘kijker’; -graaf ‘schrijver, neerlegger’ en -gram ‘schrift, het schrijven’, zie → -grafie en → -graaf; -foon ‘geluid’ zoals in → grammofoon; -pathie ‘gevoel’, zie → apathie; en de woorden → visie ‘kijk, het zien’ en → communicatie ‘verbinding, uitwisseling van informatie’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

telefoon [toestel voor geluidsoverdracht] {1887} < frans téléphone (1828), gevormd van grieks tèle [ver] + -foon.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

telefoon znw. m., sedert eind 19de eeuw < ne. telephone en dit wel < fra. téléphone (sedert 1828) samengesteld uit gr. tẽle ‘ver’ en phōnḗ ‘geluid’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† telefoon znw. Internationaal woord, dat zich van het Eng. uit heeft verbreid. Het eng. woord wsch. uit het Fr. (téléphone) waar het 1828 het eerst schijnt voor te komen. Geleerde vorming uit gr. te͂le ‘ver’ en phōnḗ ‘geluid’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

telefoon s.nw.
Toestel om geluid langs elektriese weg oor te dra.
Uit Amer.Eng. telephone (1875).
Amer.Eng. telephone uit Fr. téléphone, met lg. gevorm op basis van Fr. télé- uit Griekse bw. tele 'ver weg' en Fr. phone uit Grieks phonè 'geluid'. Alg. bekend geword na die uitvinding van die verbeterde toestel deur Graham Bell (1847 - 1922) in Amer.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

telefoon (Frans téléphone)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Telefoon (< → tele-, + Gr. φωνή (phônê) = geluid, stem). Toestel om door middel van electrische stromen op groten afstand geluiden over te brengen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

telefoon ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’ -> Indonesisch talipon, talipun, télepon, télefon ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Boeginees talipông ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Jakartaans-Maleis telepon, telpon ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Javaans setilpon, tilpun, tlépun ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand; telefoneren’; Madoerees telpōn ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Makassaars talipông ‘telefoon; iemand die allerlei praatjes overkletst’; Menadonees telefon ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Minangkabaus talipon ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Muna fono; talifou ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Papiaments telefòn ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Sranantongo telefon, teilefown ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Aucaans telefon ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Saramakkaans telefoon ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Sarnami telfon ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’; Surinaams-Javaans tilpon, setilpon, setilpun, stilpon, stilpun ‘toestel voor geluidsoverdracht op afstand’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

telefoon toestel voor geluidsoverdracht op afstand 1875 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut