Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tekenen - (schilderen; een handtekening zetten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

teken zn. ‘blijk, merk’
Onl. teikan ‘teken, goddelijke boodschap’ in Thu geui ... teikin ‘jij geeft een teken’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. teken ‘teken (al met vele betekenisnuances)’ in bijv. di gesien hadden di teiken ‘die de (goddelijke) tekenen gezien hadden’ [1200; VMNW], dar umbe sal ic u ... ein teiken geuen harde scone. ein andolihe uan einen rinde. die willic dat men uor ú binde. ant iseren uan úwen spere ‘daarom zal ik u als beloning een zeer fraai herkenningsteken geven. Een worst van rundvlees, daarvan wil ik dat men deze voor u aan het ijzer van uw speer zal binden’ [1220-40; VMNW].
Os. tēken (mnd. teken); ohd. zeichan (nhd. Zeichen); ofri. tēken (nfri. teken); oe. tācen (ne. token); on. teikn (nzw. tecken); got. taikn; alle ‘teken, verschijnsel e.d.’, < pgm *taikna-, naast *taikni- (got. taikns ‘id.’). Hiervan afgeleid zijn de werkwoorden: mnl. tekenen (zie onder); os. tēknian (mnd. tekenen); ohd. zeihhanen, zeihnen (nhd. zeichnen); oe. tǣcnan; on. teikna (nzw. teckna); got. taiknjan; alle ‘een teken geven, van een teken voorzien e.d.’, < pgm. *taiknōn-. Hierbij hoort wrsch. ook pgm. *taikijan- > oe. tǣcan ‘tonen, onderwijzen’ (ne. teach). Zie nog → betekenen.
Pgm. *taik- wordt meestal beschouwd als variant *doiǵ- van de wortel pie. *deiḱ-/doiḱ- ‘wijzen’, waarvoor zie → aantijgen. Er zijn echter geen verwante woorden buiten het Germaans met pie. (of *g).
tekenen ww. ‘schetsen, afbeelden’. Mnl. tekenen ‘van een merkteken voorzien’ [1240; Bern.], hebben wi desen brief doen tekenen met onsen cleinen seghele ‘hebben wij deze brief gemerkt met ons kleine zegel’ [1271-72; VMNW], ‘een teken geven’ in Hi teekende. ende leidde op hoer Din goeden man ‘hij gaf een teken en leidde de goede man weg’ [1265-70; VMNW], ‘een vorm geven, afbeelden’ in dan leghet de moeder up .i. cleet menech sadekin ghereet letterwijs ghetekent ‘dan legt het vrouwtje op een kleed vele eitjes klaar in de vorm van een letter’ [1287; VMNW ghetekent], ghetekent metten vingre sine in twee tafle maerberine ‘met zijn vinger getekend in twee marmeren platen’ [1300-25; MNW-R], Hoe Daris scilt ghetekent was ‘hoe de afbeelding op Daris' schild eruitzag’ [1390-1410; MNW-R]. Afleiding van teken. De oorspr. betekenissen ‘van een merkteken voorzien’ en ‘een teken geven’ zijn verouderd, behalve in enkele specifieke toepassingen, bijv. tekenen ‘zijn handtekening plaatsen’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tekenen ww. (dial. teikenen), mnl. têkenen, teikenen, os. tēknian, ohd. zeihhanan, zeihhonon (nhd. zeichnen), ofri. tēknia, tēkna, oe. tæcnan, tācnian, on. teikna, got. taiknjan is een afl. van teken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

teekenen ww., dial. teikenen, mnl. têkenen, teikenen. = ohd. zeihhanen, zeihhonôn (nhd. zeichnen), os. têknian, ofri. têknia (têkna), ags. tæ̂cnan, tâcnian, on. teikna, got. taiknjan “toonen” resp. “beteekenen, teekenen”. Zie betekenen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

teikene (ww.) tekenen; Nuinederlands tekenen <1120>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2teken ww.
1. Met skryfgoed iets afbeeld of voorstel. 2. Jou handtekening op 'n dokument plaas waardeur die inhoud as korrek verklaar word. 3. Van figure voorsien. 4. In woorde weergee, beskrywe.
Uit Ndl. tekenen (al Mnl. in bet. 1, 1571 - 1584 in bet. 2, 1724 - 1726 in bet. 3, 1738 in bet. 4).

tekene s.nw.
Teken as vak.
Uit Ndl. tekenen 'teken' (sien 2teken), met wegval van die slotklank.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tekenen ‘schilderen’ -> Letinees tèkna ‘schilderen’; Menadonees téken ‘schilderen’; Soendanees tekin, nekin ‘schilderen’; Ternataans-Maleis téken ‘schilderen’; Papiaments † teken ‘schilderen’; Sranantongo teiken ‘schilderen’; Surinaams-Javaans tèken ‘schilderen’.

tekenen ‘een handtekening zetten’ -> Indonesisch téken ‘een handtekening zetten; handtekening’; Balinees téken ‘een handtekening zetten’; Boeginees têkeng ‘een handtekening zetten’; Jakartaans-Maleis tèken ‘handtekening’; Javaans tèken(an) ‘(onder)tekenen; handtekening’; Keiëes tekeng ‘naam tekenen, ondertekenen, aantekenen, intekenen’; Madoerees tekēn ‘handtekening’; Makassaars têkeng ‘handtekening’; Menadonees tèken, tèkèn, tèkèng ‘een handtekening zetten’; Muna teke ‘een handtekening zetten; zich aanmelden’; Nias teka ‘ondertekenen’; Soendanees tekĕn, nekĕn ‘een handtekening zetten’; Sranantongo teiken ‘een handtekening zetten’; Surinaams-Javaans tèken ‘(voor iets) tekenen, inschrijven, zich opgeven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tekenen* schilderen 1367 [MNW]

tekenen* een handtekening zetten 1573 [Plantijn]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut