Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tegenspoed - (pech)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

spoed zn. ‘snelle voortgang’
Mnl. spoet ‘voorspoed, (goede) voortgang’ in Dat gi mi gracie ende spoet Verleent ‘dat u mij genade en voorspoed verleent’ [1265-70; VMNW], ‘snelle voortgang, haast’ in tembermanne ... die met groten spude die antsine gingen stellen ‘timmermannen, die snel de belegeringswerktuigen gingen bouwen’ [1260-80; VMNW], Ende al te hand liep metter spoet. Dar vd water ende bloet ‘en terstond stroomde daar snel water en bloed uit’ [1285; VMNW]; nnl. spoed ook ‘afstand tussen twee windingen van een schroef’ [1850; iWNT].
Os. spōd (mnd. spōt, spoet); ohd. spuot (mhd. spuot); oe. spēd (ne. speed); alle ‘(goede) voortgang, succes, snelheid e.d.’, < pgm. *spōdi-.
Afleiding van de wortel van het sterke werkwoord *spōan- ‘gelukken, gedijen’, waaruit: oe. spōwan ‘id.’ en met zwakke vervoeging ook mnl. (hem) spoen ‘zich beijveren’ en ohd. spuoen ‘gelukken’.
Verwant met: Latijn spēs (genitief speī) ‘hoop’; Sanskrit sphāyati ‘wordt dik, groeit’; Litouws spė́ti ‘geschikt zijn, voldoende zijn’; Oudkerkslavisch spěti ‘gedijen, slagen’ (Russisch spet' ‘rijp worden’, Tsjechisch spět ‘streven, zich bewegen naar’); Hittitisch išpi- ‘verzadigd zijn’; < pie. *speh1-, *spoh1- ‘gelukken, slagen’ (LIV 584). Hierbij ook: Latijn pro-sperus ‘voorspoedig, gunstig’; Sanskrit sphirá- ‘dik’; Oudkerkslavisch sporŭ ‘overvloedig’ (Russisch spóryj ‘voorspoedig’); < pie. *sph1-ro-. Zie ook → sparen, dat misschien verwant is.
Het woord is ook gebruikelijk in samenstellingen, waarin het een betekenisaspect ‘snelle handeling’ toevoegt, bijv. spoedbrief ‘expressbrief’ [1888; iWNT] (het oudste voorbeeld in het WNT-corpus), spoedgeval, spoedklus, spoedprocedure.
spoedig bn. ‘snel, binnenkort’, Mnl. in Dat men spodich wesen soude te bekeren ‘dat men snel zou moeten zijn om zich te bekeren’ [1434-36; MNW-P], spoedich ‘snel’ [1477; Teuth.]. Afleiding van spoed met het achtervoegsel → -ig. ♦ spoeden ww. ‘zich haasten’. Mnl. in Titus spoede met groter cracht. Te draghene an de mure dracht ‘Titus haastte zich uit alle macht om de muur te versterken’ [1285; VMNW]. Afleiding van spoed. ♦ rampspoed zn. ‘onheil, ellende’. Mnl. ram(p)spoet in Al sceent ter werelt ramspoet ‘op aarde was er alleen maar ellende’ [1315-35; MNW-R], Henricus Ranspoet [1375; Debrabandere 2003], Als si scade hebben of rampspoet ‘als ze nadeel ondervinden of ellende’ [1390-1410; MNW-R]. Samenstelling van → ramp en spoed in de betekenis ‘voortgang’. ♦ tegenspoed zn. ‘ongeluk, ellende’. Mnl. jeghenspoet ‘ellende’ in al wrachte hi iegen spoet ‘al veroorzaakte hij ellende’ [1265-70; VMNW]; vnnl. teghenspoet [1539; MNW]. Samenstelling van → tegen (mnl. nog jeghen) en spoed in de betekenis ‘voortgang’. ♦ voorspoed zn. ‘succes’. Mnl. in Ic en wil van u ... in voerspoede noch in wederspoede, nimmermeer ghesceiden siin ‘ik wil, in voor- en tegenspoed, nooit van u gescheiden zijn’ [1340-60; MNW-P]. Samenstelling van → voor 1 en spoed in de betekenis ‘voortgang’. ♦ voorspoedig bn. ‘gunstig’. Mnl. in voirspoedeghe dinghe versmadende ende teghenspoedt niet te vliene ‘terwijl hij aan voorspoed weinig waarde hecht en tegenspoed niet uit de weg gaat’ [1340-60; MNW-P], enen voirspoedigen wint ‘een gunstige wind’ [1445-1530; MNW]. Afleiding van voorspoed met het achtervoegsel → -ig.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tegenspoed* [niet-gelukte plannen] {tegenspoet 1437} naast middelnederlands wederspoet, ontstaan in uitdrukkingen als het was al tegen spoet (vgl. spoed).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

tegenspoed

Er zijn bepaalde samenstellingen die geleidelijk uit het zinsverband zijn ontstaan. Zo is het woord edelman voortgekomen uit edel man, buitenkans uit buiten kans, handvol uit hand vol enz. Men noemt deze samenstellingen samenkoppelingen en tot deze groep behoort ook het woord tegenspoed. Men kan zich voorstellen dat men vroeger zei of schreef: het was al tegen spoed. In die zin betekende spoed: goede voortgang en de hele zin wilde dus uitdrukken: het druiste allemaal in tegen de goede voortgang. Uit de twee woorden tegen spoed groeide nu de samenstelling tegenspoed. In het Middelnederlands zei men: jegenspoed en: wederspoed, maar die woorden zijn uit de taal verdwenen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tegenspoed znw. m., mnl. jēghenspoet, sedert de 15de eeuw tegenspoet; het oudere woord is wederspoet. De woorden zijn ontstaan uit uitdrukkingen als het was al jeghen (teghen) spoet. — Voor het 2de lid zie: spoed.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tegenspoed znw., sedert de 15. eeuw naast mnl. jēghenspoet (d) m. Jonger synoniem van wēderspoet m. (ook mnd.). Een samenkoppeling, ontstaan in verbindingen als het was al jēghen, tēghen spoet. Vgl. buitenkans.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tegenspoed m., uit de adverb. uitdrukking tegen (minen) spoet, waarin spoed = geluk.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

teëspoed s.nw. Ook teenspoed.
1. Ongeluk, ramp. 2. Mislukking, terugslag.
Uit Ndl. tegenspoed (Mnl. tegenspoet), 'n samestelling van tegen 'teë' en spoed 'voortgang, sukses'. Bet. 1 is tans in Ndl. verouderd (WNT).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tegenspoed* pech 1437 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal