Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-te - (achtervoegsel van abstracte zn. uit bn. en ww.)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

-te achterv. dat abstracte zn. vormt bij bn. en ww.
Onl. -itha in diupitha ‘diepte’, ēwitha ‘eeuwigheid’, fullitha ‘volte, overvloed’, kuolitha ‘koelte’ [10e eeuw; W.Ps.] (woordvormen genormaliseerd); mnl. -ede, -de, maar al vroeg ook -te in diefte ‘diefstal’ [1236; VMNW], Want de droechte so grod was ‘omdat de droogte zo groot was’ [1285; VMNW], leemte ‘verlamming’ [1289; VMNW].
Met dit achtervoegsel worden abstracte zelfstandige naamwoorden afgeleid, vooral van bijvoeglijke naamwoorden, bijv.diepte, → grootte, → hoogte, → gemeente, → groente (met speciale betekenisontwikkeling) en met umlaut → leemte, → lengte, in mindere mate ook van werkwoorden, bijv.beroerte, → geboorte, → gedaante. Het is nauwelijks meer productief, maar in 1973 is nog gekte gevormd (Van der Sijs 2001, 169).
De klankwettige vorm was mnl. -ede, en met syncope van de onbeklemtoonde korte middenklinker -de. Achter stemloze medeklinkers werd dit geassimileerd tot -te. Door analogiewerking, niet alleen van deze geassimileerde vormen, maar ook van de abstracta die met → ge-te waren afgeleid, verscheen -te al vroeg ook achter andere klanken en werd het uiteindelijk de algemene vorm. Het West-Vlaams heeft nog lang -de bewaard in hoogde, langde/lingde (De Bo).
Os. -ida (mnd. -de); ohd. -ida (nhd. -de); ofri. -(e)t(h)e (nfri. -te, -de); oe. -þu, -þo, (ne. -th, -t); on. , -d (nzw. -d); got. -iþa, -ida; < pgm. *-iþō-.
Slechts in enkele woorden is de oorspr. vorm -de blijven staan, bijv.liefde, → vreugde en weelde. In woorden als koude (zie → koud), → kunde en → waarde is de -d- daarentegen onderdeel van het basiswoord en is het achtervoegsel -e < mnl. -e < onl. -i < pgm. *-īn-, dat synoniem was met *-ida-. Dit achtervoegsel kwam in het Middelnederlands nog veelvuldig voor, bijv. in diepe ‘diepte’, hoghe ‘hoogte’, oude ‘ouderdom’, maar is uiteindelijk geweken voor het duidelijkere achtervoegsel -te. In het Duits is -e echter het algemene achtervoegsel voor abstracta bij bijvoeglijke naamwoorden, bijv. Tiefe ‘diepte’, Höhe ‘hoogte’.
Lit.: Van der Sijs 2001, 168-170

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

de 2 achtervoegsel, mnl. -ede, -de, onfrank. -itha, os. -(i)tha, ohd. -ida, ofri. -(i)the, oe. (ne. -th), on. , got. -iþa; een suffix tot vorming van nominaalabstracta, reeds in het idg. in gebruik, vgl. oi. nagná-ta ‘naaktheid’, kelt. dubeta ‘zwartheid’. Nadat achter sommige consonanten -de klankwettig tot -te geworden was (mnl. diepte naast diepde), is het suffix in de laatste vorm productief geworden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

-de II suffix, mnl. -ede, -de v. = ontr. -itha, ohd. -ida, os. -(i)tha, ofri. -(i)the, ags. (eng. -th), on. , got. -iþa v.: idg. suffix voor denominatieve abstracta (-etâ-). Nnl. is alleen de jongere, na sommige consonanten klankwettig ontstane vorm -te (reeds mnl. mhd. mnd. ofri.) productief.

-de II suffix, mnl. -ede, -de v. = ontr. -itha, ohd. -ida, os. -(i)tha, ofri. -(i)the, ags. (eng. -th), on. , got. -iþa v.: idg. suffix voor denominatieve abstracta (-etâ-). Nnl. is alleen de jongere, na sommige consonanten klankwettig ontstane vorm -te (reeds mnl. mhd. mnd. ofri.) productief.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut