Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

taxeren - (schatten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

taxeren ww. ‘schatten’
Mnl. taxeren ‘de waarde schatten, bepalen’ in alse groet als scepenen taxeren ‘zo hoog als de schepenen vaststellen’ [1288; VMNW], taxieren ‘de waarde bepalen’ [1477; Teuth.]; vnnl. taxeren, tauxeren ‘de waarde schatten, vaststellen’ in de gebreken daer inne bevonden getrouwelick taxeren sullen ‘(het nadeel door) de gebreken die daarin worden aangetroffen nauwkeurig zullen beramen’ [1590; WNT], gereetscappen getauxeert op 5328 gulden [1638; WNT]; nnl. taxeren ‘schatten’ in de getaxeerde waarde [1837; WNT], Hoe oud zou hij wezen? Ik taxeer hem op 45 [1930; WNT].
Ontleend aan Frans taxer ‘te betalen belasting vaststellen’ [1464; TLF], eerder al tausser ‘ramen, waarde schatten’ [13e eeuw; TLF], nog eerder tauxer ‘kosten of boetes vaststellen’ [1247; TLF], een geleerde ontlening aan Latijn taxāre ‘schatten, taxeren; behandelen’. Zie ook → taks 1 ‘vastgestelde hoeveelheid, heffing’.
Latijn taxāre is afgeleid van tangere, zie → tangens.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

taxeren [schatten] {1288} < frans taxer < latijn taxare [(door betasten) de waarde bepalen, schatten, taxeren] (vgl. taak, taks1).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

taxeren ww., mnl. taxêren, taxieren (1303 ghetaxeirt) over Rijnlandse handelstaal naar mhd. taxieren, is ontleend aan lat. taxāre ‘schatten’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

taxeeren ww., reeds mnl. (1389) en Teuth. = hd. taxieren, reeds laat-mhd. < lat. taxâre.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

takseer ww.
1. Waarde bepaal, skat. 2. Beoordeel.
Uit Ndl. taxeren (al Mnl. in bet. 1, 1660 in bet. 2).
Ndl. taxeren uit Fr. taxer uit Latyn taxare 'skat, bepaal'.
Vgl. taak, taks.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

taxeren ‘schatten’ -> Indonesisch taksir ‘schatten’; Ambons-Maleis taksér ‘schatten’; Atjehnees teukeusé ‘te kort schieten, nalaten’ ; Boeginees tâsseré ‘schatten’; Gimán taksír ‘schatten, plannen’; Jakartaans-Maleis taksir ‘iets schatten, iets graag willen hebben’; Javaans taksir, tapsir, teksir, tepsir, tesir ‘schatten’; Keiëes taksir ‘schatten’; Kupang-Maleis taksèr ‘schatten’; Madoerees takser, tapser ‘begroten’; Makassaars tâsseré ‘schatten’; Menadonees taksèr ‘schatten’; Minangkabaus tasia ‘schatten’; Muna takusere ‘grondbelasting’; Sasaks taksir ‘schatten’; Soendanees taksir ‘schatting’; Ternataans-Maleis taksèr ‘schatten’; Petjoh taksir ‘schatten’ ; Singalees taksēru-va, tassēruva ‘schatting’; Negerhollands taxeer ‘schatten’; Papiaments takser, taksa ‘schatten’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

taxeren schatten 1288 [CG I2, 1258] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal