Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tataar - (lid van Mongoolse volksstam)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Tataar [lid van Mongoolse volksstam] {Tatere 1265-1270, Tartaren, Tarteren 1276-1300} < perzisch tātār; de vorm Tartaar, middelnederlands Tartar {1401-1500} < middeleeuws latijn Tartarus [idem] ontstond door volksetymologische verwarring met latijn Tartarus [strafplaats in de onderwereld].

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

Tartaar, Tataar ‘bepaald volk uit Mongolië; (gewestelijk) zigeuner’ -> Noors tater ‘zigeuner, ta(r)taar’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds tattare ‘zwerver, zigeuner’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut