Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tasten - ((be)voelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tasten ww. ‘(be)voelen’
Mnl. tasten ‘voelen, strelen’ [1240; Bern.], ‘voelen’ in siin. horen. ruken. tasten inde smaken ‘zien, horen, ruiken, voelen en proeven’ [1270-90; VMNW], ‘betasten’ in eest dat v yman tasten wilt ‘als iemand u wil betasten’ [1276-1300; VMNW], ‘aanraken, bevoelen’ [1477; Teuth.]; vnnl. tasten ‘aanraken, strelen, bevoelen’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Oudfrans taster ‘proberen, beproeven’ [1225; TLF], eerder al ‘bevoelen, aftasten’ [1100-50; TLF] (Nieuwfrans tâter ‘bevoelen, aftasten, peilen’), ontwikkeld uit vulgair Latijn *tastare, een samentrekking van *taxitare, taxtare, frequentatief van klassiek Latijn taxāre ‘schatten, taxeren’, zie → taxeren en → taks 1 ‘heffing’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tasten [bevoelen] {1201-1250} < oudfrans taster (frans tâter [idem]), teruggaand op tastare [inspecteren], een me. lat. iteratief van taxare [(door betasten) de waarde bepalen] (vgl. taxeren), een iteratief van tangere [aanraken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tasten ww., mnl. tasten ‘tasten, voelen’ evenals mnd. mhd. tasten, ofri. tasta ‘tasten’, ne. taste ‘proeven’ < ofra. taster (nfra. tâter) < vulg. lat. tastāre voor *taxitāre, intensief van lat. taxāre ‘krachtig aanraken’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tast znw., mnl. tast m. Van ’t ww. tasten, mnl. tasten “tasten, voelen”; dit evenals mhd. (nhd.) mnd. tasten, ofri. tasta “id.”, eng. to taste “proeven” uit ofr. taster (fr. tâter) = it. tastare “tasten, voelen” (wel uit lat. *taxitâre afgeleid, van taxâre “bevoelen”). Opvallend is de niet verlengde vocaal van tasten; vgl. haasten.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tasten o.w., Mnl. id., uit Ofra. taster (thans tâter), van Mlat. *taxitare, frequent. van taxare, het intensief van Lat. tangere: z. taken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2tas ww.
1. Aanraak, bevoel. 2. Met die hand iets soek. 3. Krenk.
Uit Ndl. tasten (al Mnl.).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tasten (Oudfrans taster)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Tasten, van ’t Ofr. taster (thans tâter), van ’t Lat. taxitare, frequ. van taxare – scherp aanraken, van tangere = aanraken; vgl. tangens: raaklijn.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tasten ‘bevoelen’ -> Duits tasten ‘bevoelen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tasten bevoelen 1240 [Bern.] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2631. Iemand op zijn zeer treden (trappen of tasten),

d.w.z. eene gevoelige plek bij iemand aanraken, hem pijnlijk aandoen, en bij overdracht hem kwetsen door over dingen te spreken, die hem onaangenaam zijn; hem iets verwijten; hem beleedigen. Zie Campen, 100: hy is op syn seer ghetast; Servilius, 166*: op syn seere rueren, tangere hulcusVgl. Otto, 353: Ulcus tangere, d.i. een zweer aanraken; een netelig punt aanraken.; Sart. I, 7, 42: een op sijn seer tasten, hoc est, movere dolorem, ejusque rei facere mentionem, quae nos magnopere urat; Anna Bijns, Refr. 380:

 Van den boosen, die ghij (Jezus) op haer seer hadt ghetast
 Hoe wert ghij int hofken veroverlast.

Poirters, Mask. 21; V. Moerk. 466; Vondel, Sofomp. vs. 425; Huygens I, 131; VII, 174:

 Roert niemands leemten aen, om jocken, noch om krencken,
 All is hij noch soo laegh, al zijt ghij noch soo hoogh;
 Wij hebben elck ons zeer, en konnen elck gedencken,
 Hoe zeer de lichtste tré doet op een' Exteroog.

Zie verder Rusting, 319; Tuinman I, 203; 213; Sewel, 272: Gy hebt hem op zyn zeer getreeden, you touched him upon the quick; Ten Doornk. Koolm. III, 175 b; De Bo, 1422: iemand op zijn zeer treden of terden, hem in zijn zeer tasten; Antw. Idiot. 1473: gauw zeer gedaan zijn, lichtgeraakt zijn; fri. immen op 't sear komme; hd. jemandes wunde Stelle, wunden Fleck berühren; eng. to rap upon a p.'s sore; to touch a p. up(on) the raw. Zie no. 2243, en vgl. de uitdr. oud zeer op(en)krabben, oude (smartelijke) gebeurtenissen weer oprakelen; zie Ndl. Wdb. XI, 621; 947-948.

2679. Iemand in (of bij) zijn zwak tasten (of vatten),

d.w.z. iemands zwakke zijde, zijn gevoelige plek aanrakenVgl. C. Wildsch. I, XVIII: Op zijn zwakke zijde geraakt worden; Br. v. Abr. Bl. I, 193., daar waar hij niet veel verdragen kan, waar hij gemakkelijk te treffen is. Vgl. C. Wildsch. III, 100: Ik heb, kort gezegd, haar van haare zwakke zijde aangegrepen; Staring, de Hoofdige Boer vs. 55: Zijn aanspraak had de luidjes bij hun zwak gevat; Harreb. II, 515 a; Het Volk. 23 Oct. 1913 p. 7 k. 3: Zoo'n man als Kleerekoper likt de arbeiders, steekt ze omhoog, tast ze in d'r zwak, weet ze te lijmen. Te Gent zegt men hiervoor: aan iemands slappe koorde trekken (Schuermans 617 a); in het Land van Aalst: iemand langs zijn zwakken kant pakken. Vgl. no. 43; fr. prendre quelqu'un par son faible ou trouver le défaut de la cuirasse; hd. jem bei der schwachen Seite angreifen; eng. to attack (or to hit) a p. on his weak place (or side); fri. immen op 'e swakke side oankomme. Vgl. ook het mnl. enen op sijn bloote betrapen; Vondel, Virg. II, 18: Ghij alleen kent zijn luimen en weet hem op zijn weeckste te nemen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut