Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tarwe - (graangewas van het geslacht Triticum)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tarwe zn. ‘graangewas van het geslacht Triticum
Onl. tarwa in het toponiem Tarwedic, letterlijk ‘tarwedijk’ (Zeeland) [1189; Künzel]; mnl. tarwe [1240; Bern.].
Mnd. terwe, tarwe ‘tarwe’; me. tare ‘zaad van de wikke; wikke’ (ne. tare ‘voederwikke; onkruid’); < pgm. *tarwō-.
Wrsch. verwant met: Sanskrit dū́rva- ‘spelt’; Litouws dirvà ‘bouwland’; Russisch derévnja ‘dorp’ (< ‘bouwland’); Gallisch dravoca ‘raaigras’; < pie. *dr(H)-ueh2, dat mogelijk is afgeleid van de wortel *der- ‘scheuren, barsten’ (LIV 119), zie → teren.
Het Nederlandse woord werd oorspr. alleen gebruikt in het zuidelijke en het westelijke deel van het Germaanse taalgebied. Elders in dat taalgebied is het gewone woord voor ‘tarwe’ → weit (Engels wheat, Duits Weizen, Fries weet, Zweeds vete enz.).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tarwe* [graangewas] {in de vroegere Zeeuwse plaatsnaam Tarwedic 1189, ta(e)rwe, te(e)rwe 1201-1250} vgl. litouws dirva [zaadveld], oudindisch dūrvā [gierst], latijn dravoca [bolster] (uit het kelt.). Het engels tare [dravik] is vermoedelijk ontleend aan middelnederlands taerwe.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tarwe znw. v., mnl. tarwe, tarve, teerv v., indien te vergelijken met on. tare ‘onkruid, wikke’ uit een idg. *doreu̯ā, dat te vergelijken is met lit. dìrva (< *dṝ-u̯ā) ‘akker’ eig. ‘wat losgemaakt is’, lett. druva ‘bezaaide akker’, oi. dū́rvā́ (< *dṝ-u̯ā) ‘panicum dactylon’, gall. dravoca ‘dolik’ afl. van de idg. wt. *der ‘villen, splijten’ (IEW 209).

Voor de v van mnl. tarve, teerv vgl. W. de Vries Ts 41, 1922, 190, die meent dat hier teeru gelezen moet worden. — Wat de vormen tarwe en terwe aangaat, merkt K. Heeroma, Holl. Dialect Studies 1935 bij kaart 20 en 30 op, dat vóór 1500 tarwe in Holland heerste, maar terwe in West-NBrabant; van Utrecht af oostwaarts kende men alleen het woord weit. Dit laatste woord is nog gewoon in de Noordel. en Oostelijke provincies tot aan Utrecht toe en in een streek langs de Maas; overigens heerst tarwe. — De verdeling dezer woorden voor de 14de eeuw geeft de kaart van J. W. Weevers, Taalatlas afl. 2, 3 aan, de moderne verdeling geeft kaart 4.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tarwe znw., dial. terwe (met. e vóór r + labiaal, vgl. berm), mnl. tar(e)we, -ve, teerv v. Identiteit met eng. tare “onkruid, dolik, wikke” is mogelijk. Met ablaut lit. dirvà “akker, zaadveld”, oi. dū́rvâ- “panicum dactylon”; hierbij nog delphisch darátā, thessalisch dáratos “brood”? en russ. deréwn'a “dorp”, oud en dial. ook “veld”? Voor de alg.-germ. benaming der tarwe zie weit.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tarwe v., Mnl. id. en taruwe + Mndd. tarwe + Skr. dūrvā = panicum dactylon, Lit. dirvà = zaailand.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

terf (zn.) tarwe; Vreugmiddelnederlands tarwa <1240>.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

tarwe s.nw. (ongewoon)
Koring.
Uit Ndl. tarwe (al Mnl.). Gewestelik kom in Ndl. ook e-vorme voor, o.a. terwe, terve, terf (WNT). Volgens Kloeke (1950: 117, 121) sou ons ook in Afr., soos by derm, die e-vorm kon verwag. Dat dit nie gebeur het nie, is omdat die vertalers van die Statebybel op tarwe besluit het.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tarwe ‘graangewas’ -> Duits dialect Tarwe, Tarve ‘graangewas’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tarwe* graangewas 1189 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut