Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

taptoe - (signaal om naar de kwartieren te gaan; militair concert)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

taptoe zn. ‘signaal om naar de kwartieren te gaan; militair concert’
Vnnl. taptoe ‘signaal voor militairen’ in De Retraite of Tap-toe sal ... des Winters ten negen uyren geslagen werden [1688; WNT]; nnl. taptoe ‘avondtrom, sein om naar bed te gaan’ en dat is taptoe ‘het is genoeg, hierbij kan het blijven’ [beide 1864; Calisch], ook ‘grote militaire parade met muziek’ in de taptoe in 1891 ... de inhuldigingsfeesten in 1898 [1925; Groene Amsterdammer], ‘militaire muziekuitvoering’ in Tromgeroffel zette de eerste taptoe ... in, waarop het avondsignaal werd geblazen [1929; WNT].
Gevormd uit → tap ‘afsluitpin, kraan van een vat’ en → toe ‘gesloten’, vergelijk ouder hier de tap van toehier ‘genoeg hiervan’ [1639; WNT]. 's Avonds werd op een bepaald uur door de militaire politie een rondgang langs de herbergen gemaakt om de vaten te laten sluiten: tap toe ofwel ‘basta, afgelopen’; hieruit ontstond vervolgens de benaming voor het avondsignaal voor militairen om zich naar hun kwartieren te begeven ging zo ook taptoe heten. Bij uitbreiding betekende het ook ‘militaire muziekuitvoering die na het avondsignaal werd gegeven’, en vervolgens in het algemeen ‘militaire muziekuitvoering’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

taptoe* [signaal om naar kwartieren te gaan] {1639} lett. ‘het afsluiten van de tap van het vat met drank’, een signaal dat 's avonds werd gegeven om niet meer voor de militairen te tappen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

taptoe znw. m., eerst nnl., ook nnd., is een samenstelling tap toe ‘de tap dicht’, vgl. in de 17de eeuw hier de tap van toe ‘hiervan genoeg’ en oostfri. ’t is tap tō ‘het is met drinken gedaan’. Overgenomen in nnoorw. nde. nzw. tapto (waarsch. uit het nnd.) en > ne. tattoo (in 1640 nog tap-too) en russ. táptu (sedert 1720, waaruit een nom. taptá, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 99). — Het woord zal wel uit het nnd. stammen, want het was Wallenstein, die om het drinken van zijn soldaten tegen te gaan, elke avond een signaal liet blazen, dat er niet meer getapt mocht worden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

taptoe znw., nog niet bij Kil. Ook ndd. Uit tap + toe = “(doe) den tap dicht”. Vgl. oostfri. ’t is tap tô “het is met drinken gedaan, ’t is afgeloopen”. Uit ’t Ndl.-Ndd. is taptoe ontleend in ’t Skandin., Eng. (tattoo) en Russ., waar bij táptu, als accus. gevoeld, een nomin. taptá werd gevormd. Vgl. ook nhd. zapfen-streich m. “taptoe”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

taptoe znw., in de tegenw. bet. reeds 1688. Vroeger in de 17e eeuw al hier de tap van toe ‘hiervan genoeg’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

taptoe v., vergel. Ndd. tappenslag, Zw. tappenigen, Hgd. zapfenstreich. De bet. is wel doet den tap toe (zoo ook slag op den tap om hem toe te doen), namelijk in de herbergen, als men moet ophouden drank te bestellen. Uit het Ndl. komt De., Zw. tapto, Eng. tattoo.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

taptoe s.nw.
1. Sinjaal wat soldate saans waarsku om na hulle kwartiere te gaan. 2. Militêre musiekkonsert en parade.
Uit Ndl. taptoe (1639 in bet. 1, 1929 in bet. 2). Ndl. taptoe in bet. 1 is 'n koppeling van tap en toe, lett. 'die tap van die vat met drank is toe', dus 'n sinjaal om aan te dui dat daar nie meer getap, en gevolglik gedrink, mag word nie. Bet. 2 is 'n uitbreiding van en sluit aan by die sinjaal onder bet. 1.
Eng. tattoo uit ouer taptoo, Russies táptu, Sweeds tapto.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Taptoe (letterlijk: „doe den tap toe”) was ’s avonds het uur, waarop de tap van ’t wijnvat moest toegedaan worden, m.a.w.: waarop de herberg sluiten moest. Dit oogenblik viel samen met, of werd geregeld naar het militair avondsignaal, waarop de soldaten de herbergen moesten verlaten; zoo kreeg dit signaal óók den naam van (militair) taptoe.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

taptoe ‘signaal om naar kwartieren te gaan; internationale militaire muziekuitvoering en parade’ -> Engels tattoo ‘signaal om naar kwartieren te gaan; tromgeroffel’; Deens tapto ‘signaal om naar kwartieren te gaan’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens tattoo ‘signaal om naar kwartieren te gaan’ ; Zweeds tapto ‘signaal om naar kwartieren te gaan’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins (Hamina) Tattoo ‘muziekuitvoering en parade (van Hamina, een kazernestad aan de Finse zuidkust)’; Russisch taptá ‘signaal om naar kwartieren te gaan’; Azeri tapta ‘signaal om naar kwartieren te gaan’ ; Indonesisch taptu ‘signaal om naar kwartieren te gaan; militair ballet’; Madoerees taptu, taptuh ‘signaal om naar kwartieren te gaan’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

taptoe* signaal om naar kwartieren te gaan 1688 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal