Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tank - (reservoir)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tank 1 zn. ‘reservoir’
Vnnl. tanck ‘waterreservoir, vooral in India’ in een staende Water, ofte Tanck, van hart steen gemetselt [1646; WNT], Tancken, 't welcke soete Waterstroomen zijn [1676; WNT]; nnl. tank ‘waterreservoir’ in Tanken om 'er zich in te baden [1726; WNT], dan ‘(metalen) tank voor vloeistoffen’ het woord tank ... gebruikt om de groote ijzeren reservoirs op de petroleum-schepen aan te duiden [1889; WNT], Tank: water- of regenbak [1919; WNT].
In de betekenis ‘waterbassin’ ontleend, al dan niet via Engels tank, ouder tanque ‘(in India) waterbassin voor irrigatie of drinkwater; kunstmatig reservoir’ [1598; Hobson-Jobson], aan Gujarati tānkh ‘waterbassin, vergaarbak’ en/of Marathi tānken, tānkā ‘id.’. In de betekenis ‘metalen vloeistofreservoir’ ontleend aan Engels tank ‘vloeistofreservoir’ [1690; OED]; dat woord is zelf wrsch. beïnvloed door, of een nieuwe ontlening aan, Portugees tanque ‘reservoir’ [15e eeuw; Da Cunha]; het Portugese woord is een afleiding van het ww. estancar ‘(een watervloed) tegenhouden, tot staan brengen’ [15e eeuw; Da Cunha], dat wrsch. is ontwikkeld uit vulgair Latijn *stancicare ‘tot staan brengen’, een afleiding van klassiek Latijn stāns (genitief stantis) ‘staande’, het teg.deelw. van stāre ‘staan’, verwant met → staan. Het gebruik van tanque is wrsch. in de Portugese koloniën in India versterkt door de associatie met Gujarati tānkh; het is ook mogelijk dat de Indiase woorden ontleend zijn aan het Portugees.
Gujarati tānkh en Marathi tānken, tānkā zijn mogelijk ontwikkeld uit Sanskrit taḍāga- ‘vijver, meer, waterreservoir’.
Tanks waren in Voor-Indië waterreservoirs voor het verzamelen van drinkwater, voor baden, wassen en irrigatie. Portugal was het Europese land dat zich rond 1500 als eerste in India vestigde en een handelsroute opende. Ook de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had daar in de 17e en 18e eeuw vele vestigingen. Het is dus goed mogelijk dat het Nederlandse woord oorspr. ontleend was aan een Indiase taal. Toen de Nederlanders hun bezittingen in India verloren, verdween het woord; het werd in de 19e eeuw in de betekenis ‘metalen vloeistofreservoir’ opnieuw ontleend aan het Engels.

tank 2 zn. ‘pantserwagen’
Nnl. tank ‘gepantserd oorlogsvoertuig’ in de uitvinding van de gepantserde “tanks” [1916; WNT], een tank ... een van de Engelsche loopgraafautomobielen [1916; Leeuwarder Courant], een of meer eskadrons tanks [1952; WNT regiment].
Ontleend aan Engels tank ‘pantservoertuig’ [1915; OED], hetzelfde woord als → tank 1. In de Eerste Wereldoorlog werd het nieuwe voertuig tank genoemd, deels omdat het op een grote watertank leek en deels om veiligheidsredenen: de onderdelen voor de pantservoertuigen werden omschreven als onderdelen voor tanks, te weten olietanks, en ook de tanks zelf konden vervoerd worden zonder dat duidelijk was dat het om oorlogsmaterieel ging.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tank [vloeistofreservoir] {1646 in de betekenis ‘reservoir’; de betekenis ‘legervoertuig’ 1901-1925} < engels tank < hindi ṭank [idem], oudindisch tadagam [vijver, tank]; in de betekenis ‘gepantserd voertuig’ hetzelfde woord; toen in 1915 de eerste tanks voor het Britse leger werden geproduceerd, werd, omwille van de geheimhouding, gezegd dat het brandstofreservoirs waren.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tank znw. m. < ne. tank < voorind. gužerāt tānkh ‘waterreservoir’. — In de 1ste Wereldoorlog kreeg het woord de bet. van ‘gevechtswagen’, omdat in 1915 aan de arbeiders, die de onderdelen maakten, gezegd werd dat deze voor benzinetanks bedoeld waren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tank znw. Internationaal woord. In ’t Nnl. ontleend uit ’t Eng. In Guzerat en Rajpûtâna bestaat een woord tanka (e.a. vormen) “waterreservoir”. Aangezien echter port. tanque in dgl. bet. (waaruit eng. tank enz.) zoo vroeg voorkomt, dat ’t niet wel hieruit ontleend kan zijn, leidt men het van lat. stagnum, “stilstaand water” (waaruit o.a. ook fr. étang “vijver”) af: onzeker wegens den anlaut.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

tank. Schrap de woorden: “(waaruit o.a. ook fr. étang ‘vijver’).”

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tank v., over Eng. id., uit Rom. : Po. tanque = waterreservoir, Ofra. tanquard = groot drinkvat, afleid. met abl. bij ton.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tenk s.nw.
1. Houer vir groot hoeveelhede vloeistof of gas, reservoir. 2. Gepantserde oorlogsvoertuig.
Uit Eng. tank (1690 in bet. 1, 1916 in bet. 2).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

tenk I: metaal- of sementhouer (om vloeistowwe te bevat of te vervoer); Eng. tank (wu. Ndl. tank), i. d. Ooste uit Port. tanque, redukv. v. estanque (ww. estancar, “water opdam”) uit Ll. ww. stanticāre, “tot stilstand bring”, maar d. Port. wd. kan aan ’n Ind. taal ontln. wees, vgl. vWel VAH 342.

tenk II: gepantserde oorlogsvoertuig (so genoem om redes v. geheimhouding gedurende eerste produksiestadium v. Eerste Wêreldoorlog, 1914-18); Eng. tank (wu. Ndl. tank).

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

tank1 [vloeistofreservoir]. Dit woord komt zeer dikwijls en, als algemeen bekend, doorgaans zonder enige verklaring voor bij onze schrijvers over de bezittingen van de Compagnie in Hindoestan en op Ceylon. Men zie bijvoorbeeld Baldaeus, Afgoderye der Heydenen, p. 24, 30, 48; Begin ende voortgangh, deel II, nummer 17, p. 10; Valentijn, deel V, 2, ‘Ceilon’, p. 240; Visscher, Mallabaarse brieven, p. 151; Stavorinus, Reize naar Batavia, p. 240. Men vindt echter uitvoerige beschrijvingen van de tanken bij Valentijn, deel V, 1, ‘Coromandel’, p. 172, en bij Stavorinus, p. 83 en volgende. Vergelijk ook Stocqueler, Oriental interpreter, onder Tank. Het blijkt uit die plaatsen dat de tanken grote kunstmatige vijvers of waterbakken zijn, voor badplaatsen ingericht. Het woord is Hindoestani. Een andere, minder gebruikelijke naam van de tanken in Hindoestan is Tullao. Zie Stocqueler.

Sinds wij onze bezittingen in Hindoestan verloren hebben, is het woord tank bij ons in vergetelheid geraakt, maar, vermoedelijk door Engelse invloed, wordt het thans weer gebruikt om de grote ijzeren reservoirs op de petroleumschepen aan te duiden. [V]

tank2 [vloeistofreservoir]. Dit woord schijnt uit een of andere moderne Indo-Iraanse taal door de Portugezen te zijn overgenomen. Intussen mag niet verzwegen worden dat tanque reeds in het begin van de zestiende eeuw bij Portugese schrijvers voorkomt en dat de bewerkers van Hobson-Jobson daarom geneigd zijn het bestaan van twee gelijkluidende woorden aan te nemen. Zij vergelijken het Portugese tanque met het Spaanse estanque, Franse étang, Italiaanse stagno, uit Latijn stagnum. Hiertegen hebben wij groot bezwaar, aangezien ons geen voorbeeld bekend is dat st aan het begin van een woord in het Portugees t wordt. Zonderling is de Spaanse vorm estanque, waaraan nauwkeurig beantwoordt het bij Burns voorkomende Schotse stank; zie Hobson-Jobson, p. 684. Onzeker is de afkomst van het Indische tânkh, tânken of tâken, tanki, tânka zelf; de waarschijnlijkste gissing, reeds in Hobson-Jobson geopperd, is dat het ontstaan is uit Sanskriet tatâka, een bijvorm van tadâga (talâga), waaruit rechtstreeks gesproten is het Hindoestani talão; alsook het Javaanse talôgô, Maleis tĕlaga. Het door Veth uit Stocquelers Oriental Interpreter aangehaalde tullao is een Engelse wanspelling voor talão. Zo’n wanspelling is ook Pundsjâb, genoemd onder punch. Verkiest men de Hollandse spelling, dan schrijft men Pandzjaab; houdt men zich aan de internationale schrijfwijze, die Panjâb eist, ook goed. Die ongelukkige u bij Engelse schrijvers heeft de argeloze Hollanders meermalen lelijke parten gespeeld. Niet zelden stuit men in onze tijdschriften en dagbladen op afgrijselijkheden als poendiet, Dsjoemna, Nerboedda en dergelijke om geen andere reden dan dat de meest voorkomende Engelse spelling pundit, Jumna, Nerbudda is. Dit is het gevolg van de omstandigheid dat de gewone Engelsman geen korte a vermag uit te spreken en daarvoor u, zoals die bijvoorbeeld in duck klinkt, bezigt. De Indische uitspraak van de aangehaalde woorden, voorzover de Hollandse spelling die kan weergeven, is pandiet, Dzjamna, Narbadda. [K]

tank3 [vloeistofreservoir]. Dat velen voor een Engelse ontlening houden. Het is een echt Indisch woord. Baldaeus heeft het reeds in 1672 en nog dagelijks wordt het gebruikt met betrekking tot de petroleumverscheping. Prof. Veth zegt alleen dat het een Hindoestani woord is. Prof. Kern gaat echter verder. Volgens hem is het reeds in het begin van de 16e eeuw (lees eind 15e) bij Portugese schrijvers voorkomende tanque niets anders dan een Indisch tankh, tanki, tanka, dat ontstaan zal zijn uit het Sanskriet tatâka, een bijvorm van tadâga, het ons zo bekende [Maleise] telaga: waterkom, meer. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tank (Engels tank)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tank ‘legervoertuig’ -> Indonesisch tang, tank, téng, téngki ‘legervoertuig’; Boeginees tang ‘legervoertuig’; Jakartaans-Maleis tèng ‘legervoertuig’; Javaans dialect tèng ‘legervoertuig’; Kupang-Maleis tengki ‘legervoertuig’.

tank ‘vloeistofreservoir’ -> Indonesisch tangki, tanki, téng ‘vloeistofreservoir’; Boeginees tangki ‘vloeistofreservoir’; Jakartaans-Maleis tangki, tèng ‘vloeistofreservoir’ (uit Nederlands of Engels); Javaans tèng ‘petroleumtank’; Menadonees tèngki ‘vloeistofreservoir’; Minangkabaus tangki ‘vloeistofreservoir’; Muna tangki ‘watertank’ (uit Nederlands of Portugees); Sranantongo tènk ‘vloeistofreservoir’; Aucaans tenki ‘vloeistofreservoir’; Surinaams-Javaans tèng ‘tank (voor opslag)’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

hamsteren [(heimelijk) voorraden inslaan of bewaren in tijden van of met het oog op schaarste] (1914). In de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) blijft Nederland neutraal, maar het kent grote schaarste aan artikelen. Veel ‘oorlogswoorden’ hebben hierop betrekking. Naast hamsteren ook broodkaart, oorlogsbrood, zilverbon, regeerings-meel en eenheidsworst. De taalkundige E. Slijper noemt in een artikel in De Nieuwe Taalgids als andere nieuwe woorden uit de jaren 1917 en 1918: duurte-toeslag, oorlogslening, zeppelin-raid, escadrille, gordijnvuur, duikboot-jager, gasmasker, gasaanval, luchtgevecht, mijnengevaar, vlammenwerper, tank en zomertijd.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tank vloeistofreservoir 1889 [WNT] <Engels

tank legervoertuig 1916 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut