Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tanga - (zeer klein slipje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tanga(slipje) zn. ‘zeer klein slipje’
Nnl. tanga ‘kleine bikini’ in De tanga - de ... momenteel kleinste bikini ter wereld [1974; Leeuwarder Courant], ‘zeer klein zwembroekje of slipje’ [1984; Van Dale], tangaslip ‘tanga’ [1994; Kolsteren].
Internationaal woord, uiteindelijk teruggaand op Braziliaans-Portugees tanga ‘kleine bikini’, eerder al tanga ‘lendendoekje van Indiaanse vrouwen’ [1813; Da Cunha]; dat woord is wrsch. ontleend aan Tupí en Lingua geral tanga ‘lapje, franje of kralensnoertjes aan een band om het middel, ter bedekking van de geslachtsdelen van Indiaanse mannen en vrouwen’ [1821; Friederici]. Tupí is een Braziliaanse taal uit de Tupí-familie van Indiaanse talen in Zuid-Amerika; Lingua geral is de benaming van een in Brazilië gebruikte, op talen uit de Tupí-taalfamilie gebaseerde omgangstaal. Een andere mogelijkheid is dat tanga ontleend is aan Quimbundo ntanga ‘doek, lap, bekleding’. Quimbundo of Kimbundo is een Bantoetaal in Angola; veel slaven in Brazilië waren afkomstig uit dat gebied.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tanga [zeer klein zwembroekje, slipje] {na 1950} < spaans tanga [idem].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tanga s.nw.
Besonder klein damesbroekie.
Uit Eng. tanga (1912).
Eng. tanga is 'n verkorting van tanga briefs, met tanga in lg. samestelling uit Sp. tanga.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tanga(slip) (Spaans tanga)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tanga zeer klein zwembroekje, slipje 1976 [GVD] <Spaans

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

tanga(slip), minuscuul zwembroekje in de vorm van twee driehoekjes aan voor- en achterkant die met koordjes over de heupen bijeen worden gehouden. → reetveter*.

Tegen het eind van de jaren zeventig draagt vrijwel iedere vrouw zo’n bikini, al verkiest ze wel de tanga-slip boven die van de string. De tanga-slip heeft ook nog een driehoekje achteraan, wat wel een veiliger gevoel geeft. (Snoecks, 1983)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut