Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tamp - (uitstekend eind van een touw, vandaar ook: penis)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tamp* [uitstekend eind van een touw, vandaar ook: penis] {1858 als ‘eind touw’; als ‘penis’ na 1950} vermoedelijk verwant met timp.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tamp znw. v., (scheepsterm) ‘uitstekend eind touw’, nnd. tamp (> nnoorw. nde. nzw. tamp) zal wel te verbinden zijn met nzw. dial. tump ‘kort, dik voorwerp’ en mnl. timpe ‘spits, punt’, waarvoor zie verder: tepel en timp.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tamp (scheepsterm: eind van een touw), nog niet bij Winschooten, 1681. Ook ndd. en door ontl. skandin. Oorsprong onzeker.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

tamp. Misschien een ablautende formatie naast timp: zie tepel en vooral tepel Suppl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tamp v. (troseind), oorspr. onbek. Hieruit Ndd., De., Zw. id.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

tam(p). In soldatentaal uit de jaren zestig komt herhaaldelijk dikke tamp! of krijg een dikke tam! voor. Tamp is dieventaal voor ‘mannelijk lid’. Met genoemde verwensingen wenst men iemand geen ziekte toe, maar veel ongemak. De emotionele betekenis wijst op ergernis. De hedendaagse gebruiksbetekenis kan weergegeven worden met ‘bekijk het maar, je kunt mij wat’. In Den Haag kent men de pleonastische variant krijg een opgezwollen dikke tam(p)! Vgl. Bral e.a. (1998).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tamp ‘uitstekend eind van een touw’ -> Deens tamp ‘uiteinde van een touw; groot en zwaar ding of persoon’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors tamp ‘uitstekend eind van touw; grof en zwaar persoon’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds tamp ‘uiteinde van touw of lijn’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut