Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

talie - (takel, touw)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

talie [takel] {taly 1657} < italiaans taglia [hefboom, stag, takel] < middeleeuws latijn tallia < latijn talea [paaltje, stokje, staafje].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

talie znw. v., ‘takel, touw’, sedert 1671 bekend, ook nnd. talje en uit nnl. of nnd. > de. talje, nzw. talja, nhd. talje < ital. taglia ‘talie, katrol’ < lat. talea ‘afgesneden stuk’ (vgl. ook taille).

De oude bet. van ‘inkeping’ leeft nog voort in mnl. talie, taelge (vgl. de bet. ‘1/16 el’).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

talie (takel, touw), nog niet bij Kil. Uit it. taglia “talie, katrol”. Van ndl. talie of ndd. talje komen de. talje, zw. talja “id.”. Talie “1/16 el”, Kil. talie, ook als mnl. talie, taelge v. in de bet. “keep, kerfje” < fr. taille “keep, kerfje” (< lat. talea “afgesneden stuk, afgesneden takje”, of bij taliâre “afsnijden” gevormd; it. taglia “keep” = fr. taille; taglia “takel” wsch. ook). Talie in dial. (holl.) een talie van een wijf uit taille.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

talie (takel, touw), reeds bij Witsen Scheepsb. (1671).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

talie 1 v. (takel, touw), met Hgd. talie, Ndd., De. talje, Zw. talja, uit het Rom. : It. taglia, Port. talha: verbaalabstr. van tagliare, Fr. tailler (z. talie 2), omdat de talie verscheidene inkervingen of groeven heeft.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

talie [+]: katrol (leef veral nog in sk. rondomtalie); wsk. Ndl. seemt. waar talie via Fr. taille uit It. taglia, “gleuf, keep, kerf”(v. d. katrol) uit Lat. talea, “afgesnyde stuk”, vgl. Eng. tail en tally in bet. “afgesnyde stuk”; vgl. Bosh VT 160-1.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

talie1 [touw]. Dit woord is in de meeste betekenissen waarin het in onze taal eertijds gebruikelijk was of nog is (zie Kiliaan) niets anders dan het Franse taille; maar in de betekenis van ‘touw’ is het stellig uit de Indische Archipel afkomstig. Talie in de zin van ‘touw’ heb ik reeds gevonden bij Baldaeus, maar de plaats is mij ontgaan. Gewoonlijk echter is het een zeewoord voor ‘scheepstouwen, takel, takelage’ en vooral gebruikt in samenstellingen als taliehaak, taliereep, talieloper, noodtalie, inhaaltalie, reeftalie, Spaanse talie, enz. In het Maleis en laag-Javaans is tali het gewone woord voor ‘touw’, het meest bekend door de tali api of lont (letterlijk ‘vuurtouw’) om sigaren aan te steken, maar het woord is ook zeer bekend bij de Maleise zeevaarders om de scheepstouwen aan te duiden, die dikwijls collectief tali-toemali of tali-mali genoemd worden. Er kan dus weinig twijfel bestaan of wij hebben ook dit woord aan matrozen te danken, die het uit Oost-Indië meebrachten. [V]

tali(e)2 [touw]. Maleis tali: touw. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

talie (Italiaans taglio)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

talie ‘takel’ -> Duits Talje ‘takel’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens talje ‘takel’; Noors talje ‘takel’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds talja ‘takel’; Fins talja (väkipyörästö) ‘katrolsysteem, hijs- en trekapparaat’ ; Pools talia ‘takel’; Russisch táli (mv.) ‘scheepslier uit twee blokken, waartussen een zeil loopt’; Oekraïens táli ‘scheepslier uit twee blokken, waartussen een zeil loopt’ ; Azeri tali ‘takel’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

talie takel 1657 [Claes] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut