Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

taille - (middel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

taille zn. ‘middel’
Nnl. taille ‘middel, leest’ in Het bruidskleed ... is gemaakt met uitgesneden taille [1878; Leeuwarder Courant], in de samenstelling wespentaille ‘zeer smal middel’ [1885; WNT wesp], ‘vernauwing van een kledingstuk rond het middel’ in Het verkleinen van een japon, het verkorten en vernauwen van rok en taille [1908; WNT verkleinen].
Ontleend aan Frans taille ‘middel, leest’ [1718; TLF], eerder al ‘afmetingen van schouders tot heupen’ [1657; TLF], veel eerder al ‘gestalte, lichaamsafmetingen’ [1200; TLF], nog eerder ‘coupe, wijze van snijden van kleding’ [1176; TLF] en ‘het snijden, inkeping’ [ca. 1165; TLF], afleiding van het ww. tailler (van stoffen) ‘snijden voor het maken van kleding’ [1160; TLF], ouder talier ‘in stukken snijden’ [950-1000], ontwikkeld uit Laatlatijn taliare ‘in stukken snijden, splijten’, oorspr. ‘snoeien, twijgen afsnijden’, afleiding van klassiek Latijn tālea ‘stokje, loot, twijg’, waarvan de verdere herkomst onbekend is, zie ook → detail.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

taille [middel van het lichaam] {taelge, taille [insnijding, taille] 1254} < frans taille < middeleeuws latijn talea [snijmes, snijstaaf], talliare [(kleding) snijden], van latijn talea [stokje, staafje].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

taille znw. v., mnl. taelge, tailge, talie, taille ‘keep; leest, taille; verbindingsbalk’, taille ‘snede, taille; belastingverdeling’ is gevormd van het ww. tailler ‘stuksnijden, verdelen’ < lat. taliāre ‘splijten’ bij talea v. ‘afgesneden stuk’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

taille (zn.) taille; Nuinederlands taille <1878> < Frans taille.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

taille (Frans taille)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

taille middel van het lichaam 1254 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut