Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tag - (graffiti die als handtekening dienst doet)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

tag (← Eng. ‘insigne, etiket’), bij graffitibeoefenaars de aanduiding voor een teken, een (snelle) krabbel op een muur. → piece*.

Eind jaren zeventig werd graffiti vanuit de Verenigde Staten geïmporteerd, waar de subway van oudsher al het doelwit was. In Nederland begon het eenvoudig: De Zoot of Dr. Rat zetten met een viltstift of met een spuitbus hun tekens (‘tags’) op de muur. (Eric Slot: Kleine Encyclopedie van de Wansmaak, 1992)
De Tag is een naam in fantasieschrift, een handtekening en visitekaartje tegelijk. (Jan Kuitenbrouwer in NRC Handelsblad, 30/11/92)
‘De hedendaagse graffiti bestaat vooral uit zogenoemde “tags” en “pieces”,’ vertelde Van Hees tijdens het congres. ‘Tags zijn vaak Engelse fantasienamen, die de jongeren in de scene gebruiken.’ (De Volkskrant, 17/04/93)
Het is natuurlijk de bedoeling om de bekladder te betrappen op het moment dat hij zijn tag zet. (Algemeen Dagblad, 25/09/93)
Ze maken hun tags en pieces het liefst op treinen. En omdat het op de grote stations tegenwoordig wemelt van de spoorwegpolitie, zoeken ze in het holst van de nacht hun toevlucht tot verlaten rangeerterreinen in de provincie. (Nieuwe Revu, 07/08/96)
‘White Power’ en het Keltische kruis zijn zijn favoriete tags. (Vrij Nederland, 03/05/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut