Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tafereel - (gebeurtenis, afbeelding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tafereel zn. ‘gebeurtenis, afbeelding’
Mnl. tableel ‘beschilderd paneel, schilderij’ in boven den outare ... een tableel ‘boven het altaar ... een beschilderd paneel’ [1432-68; MNW tableel], taveriel ‘id.’ in Dese kerke is ... mit vele ... taverielen gheciert [ca. 1450; MNW]; vnnl. tafreel, tafereel ‘afbeelding, schilderij’ in een tafreel van mijn olde heer van R. mit een hondeken daer by [1524; MNW], ‘beschrijving, al dan niet met afbeeldingen’ in Tafereel van de Belacchende Werelt ‘beschrijving van de wereld die ons toelacht’ [1635; WNT]; nnl. tafereel ook ‘gebeurtenis die men waarneemt, voorstelling die men van een gebeurtenis heeft’ in haar ontstelde geest door allerlei folterende tafereelen ... werd gemarteld [ca. 1850; WNT], welk een schilderachtig tafereeltje! [1886; WNT].
Ontleend, met dissimilatie van de eerste -l- tot -r-, aan Middelfrans tavlel, dialectische variant van tablel ‘schrijfplankje’ [1363; TLF] (Nieuwfrans tableau), verkleinwoord van Oudfrans table ‘plank’ < Latijn tabula, zie verder → tafel. De Middelnederlandse vorm tableel is rechtstreeks ontleend aan Middelfrans tablel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tafereel [schildering] {taf(e)reel, tavereel 1450} gedissimileerd < oudfrans tavlel < latijn tabella [plankje], verkleiningsvorm van tabula [idem] (vgl. tafel).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tafereel znw. o., laat-mnl. taf(e)reel ‘schilderij’, met dissimilatie < ofra. tablel, dial. tavlel (fra. tableau).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tafereel znw. o., laat-mnl. taf(e)reel o. “schilderij”; die bet. ook oudnnl., o.a. bij Kil. Uit ofr. tablel, dial. tavlel (fr. tableau).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tafereel o., gedissim. uit dial. Fr. tavlel, Fr. tableau, afl. van table.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tafereel s.nw.
1. Afbeelding, skildery. 2. Uitbeelding in woorde. 3. Skouspel. 4. Gebeurtenis, situasie.
Uit Ndl. tafereel (al Mnl. in bet. 1, 1601 in bet. 2, 1644 in bet. 3, 1856 - 1859 in bet. 4). Bet. 2, 3 en 4 is in elke geval 'n toepassing van bet. 1.
Ndl. tafereel uit Oudfrans tablel (Fr. tableau) met dissimilasie van f uit b. Oudfrans tablel (1363) uit Latyn tabella 'plankie', die verkleinw. van tabula 'plank'. Die bet. 'skildery' het ontwikkel uit die bet. 'wapenbord'.
Vgl. tabel, tablet, tafel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tafereel ‘schildering’ -> Fries tafriel, tafrieltsje ‘schildering’; Engels taffrail ‘versierde bovenlijst van het achterschip, vandaar: reling aan achterschip’; Engels tafferel ‘(verouderd) (gebeeldhouwd) paneel; versierde bovenlijst van het achterschip’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tafereel schildering 1450 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut