Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tafeleend - (vogel)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Grote Tafeleend Aythya valisneria (Wilson) 1814. Amerikaanse soort van Duikeend, die gelijkenis heeft met de Tafeleend, maar iets groter is. De naam staat in Grzimek 1973, zij het daar gespeld: Grote tafeleend (p.580); mogelijk diende D Riesentafelente (Vallisneriaente) [Kolbe 1972 (1981)] als voorbeeld. Am/E Canvasback (sedert 1800). Cock Reijnders ontdekte op 9 januari 2003 te Castricum het eerste (als wild beschouwde) exemplaar in N.
De wetenschappelijke soortnaam is de vogel gegeven naar zijn voedselplant, Vallisneria spiralis L., maar Wilson spelde per ongeluk met één l [Terres 1980]. [Jobling 1991 zegt dat de Eend genoemd is naar Antonio Vallisnieri de Vallisnera (1661-1730), een italiaanse botanicus, maar vermoedelijk is het alleen de plant die naar deze onderzoeker genoemd is.]

Tafeleend Aythya ferina (Linnaeus: Anas) 1758. Duikeend die in het grootste deel van Europa voorkomt; ook in de Lage Landen, maar het broeden hier is pas van na c.1900 bekend.
BENOEMINGSGESCHIEDENIS Houttuyn 1763 noemt Linnaeus’ 27e Eend, Anas Ferina: Rosse Eend. Zijn tekst luidt (p.57): “(27) Eend met de Wieken Aschgraauw en ongevlakt, de Stuit zwart. Onder de wilde Eenden voert deeze den naam van de graauwe of bruine; hoewel hy ook Rood-Kop en Rood-Hals genoemd wordt, om dat die deelen Kastanie-bruin zyn. Sommigen hebben hem middel-Eend geheten; om dat hy kleiner dan de Eenden is en grooter dan de Talingen. De Engelschen noemen hem Pochard, de Franschen Millouin. Daar zyn ’er ook, die den naam van Penelope aan deezen toeeigenen, en hy wordt van de Duitschers wel Rot-Endt, dat is roode of rosse Eend, geheten. De Bek en Pooten zyn blaauw-agtig.”
B&O 1822 nemen de door Houttuyn genoemde namen over: “Anas Ferina L. – De Rosse-Eend, graauwe of bruine Eend, Roodkop, Roodhals.” Schlegel 1828 geeft de naam tafeleend; Schlegel 1844 vermeldt naast F Millouin commun ook D Gemeine Tafelente. Juist omdat de (van oorsprong) Duitser Schlegel in het spel is, is de N naam vermoedelijk (in 1828) uit het D overgenomen. Schlegel geeft in 1852 “DE TAFELEEND”. De naam staat gelijk in dit lettertype, wat in dit geval betekent dat hij niet omstreden of onwennig of onofficieel is (zoals wel wanneer de vogelnaam in cursief staat).
De suggestie die Blok 1988 doet ten aanzien van het element Tafel en zijn correctie hierop (1995) vatten het probleem van de etymologie van deze vogelnaam goed samen. D Tafelente en deens/noors Taffeland laten toe uit de veelzijdige betekenis van tafel (/taffel) een geschikte keus te maken, en ‘paneel’ lijkt goed van toepassing op deze soort die wegens zijn egale zijvlakken aan een ‘sandwich-man’ doet denken. Ook ‘eettafel’ is echter een goede mogelijkheid [Suolahti 1909], en de wetenschappelijke naam door Linnaeus in 1758 gegeven zou hiernaar kunnen verwijzen indien ferina opgevat wordt als ‘wildbraad’ [Jobling 1991; Curry-Lindahl 1959; contra Coomans de Ruiter et al. 1947]. Een oudere naam bij Gesner “Anas fera fusca” (‘donkerbruine wilde eend’), was aan Linnaeus bekend. In Jonston 1660 staat die naam ook (bij een Tafeleend of Kuifeend), zij het dat daar fera en fusca van plaats verwisseld zijn. [IJsl Skutulönd ‘Tafeleend’, letterlijk schotel-eend, zou ook eerder naar de eettafel (met de schotels daarop) kunnen verwijzen. Oudnoords skutill ‘schotel’ scutel >E scuttle ‘kolenbak’ scutella, scutula ‘kleine platte schotel, schaaltje’ scutum ‘in de lengte gebogen rechthoekig houten en met leer overtrokken schild van de romeinse soldaten’ [WGR]].
E Pochard ‘Tafeleend’ pochardae (gelatiniseerde vorm bij Turner 1544) pochard ‘dronkaard’; het synoniem hiervan sac à vin zal ooit een letterlijke betekenis gehad hebben waarbij men zich een grove, buitenformaat grijze zak kan voorstellen, eigenlijk precies zo als een Tafeleend er uitziet als je de kop wegdenkt. Sp Porrón Común steunt dit idee met de ‘sac à vin’; porrón betekent nl. ook ‘waterkruik’, ‘tuitfles om de wijn met een straal in de mond te laten lopen’. De verklaring via F poche ‘zak, strop’ en E poach ‘stropen’ zou kunnen wijzen op de Tafeleend als gewild gevogelte voor op tafel, maar is om verschillende redenen niet te handhaven. Lockwood 1993 gaat voor E Pochard niet uit van F invloed (ondanks de spelling bij Turner), en verklaart synoniem E Poker als ‘Eend die snavel in substraat steekt (op zoek naar voedsel)’, op een manier zoals men een pook in het vuur steekt om het op te porren. Deze verklaring sluit aan bij de (ws.) terechte veronderstelling dat de naam ook (of juist) voor Grondeleenden gebruikt werd (voor Duikeenden gaat het niet op).
Een laatste verklaring (mb.021015) voor E Pochard gaat uit van een foute toepassing in het E van F *Pochard ‘vogel met een grote krop’, bij vergissing ‘vogel met een grote snavel’. Zo’n naam kan heel goed bestaan hebben, want er was ook F Poche ‘Lepelaar’ (zie citaat uit Houttuyn 1763 sub Schoffelaar). De overdracht zal het meest plausibel verlopen zijn via de Slobeend (heeft net als de Lepelaar een grote snavel, en heeft met deze de E (volks)naam Shoveler/Shovelard gemeen). Slobeend en Tafeleend hebben gemeenschappelijk dat ze allebei in Engeland en Frankrijk, en in ongeveer dezelfde biotoop voorkomen. (WNCD 1980 kent aan de Pochard “a large head” toe; ws. een reminiscentie aan het gebruik van de naam voor de Slobeend!)
ETYMOLOGIE N tafel mensa; VK c.1618] Tafel (D Tisch (~N dis) is het gewone woord voor ‘etenstafel’) tavala, tabala; E table table, maar ook oudengels tabule; zweeds taffel, noors tavle (maar gewoonlijk zweeds/noors bord ‘etenstafel’; F table (1050); tabula ‘plank, bord’; ook ‘schrijfplank, rekenbord, lei’; tabula rasa ‘nog onbeschreven blad, pasgeborene’; ook ‘speelbord, tafel van de wet’ etc.). In de Middeleeuwen at men van tijdelijk op schragen geplaatste planken, vandaar de betekenisontwikkeling van ‘plank’ naar ‘etenstafel’ als vast meubelstuk. In het verwante N tafereel (tavlel tabella ‘plankje’) heeft in het N dissimilatie van de l plaatsgevonden (waardoor de uitspraak gemakkelijker is geworden!).

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

TAFELEENDAythya ferina
Duits Tafelente
Engels Pochard
Frans Fuligule milouin
Fries Karein
Betekenis wetenschappelijke naam: eend als wildbraad. De Nederlandse naam – overgenomen van het Duitse Tafelente – benadrukt het feit dat, althans in Duitsland, de eend als wildbraad een smakelijk gerecht op tafel is. De Friese naam en zijn synoniem Kareend hebben betrekking op het wat grommende geluid van de vogels. Ook de Kuif- en de Toppereend worden zo genoemd. De roodbruine kop van de woerd komt naar voren in de volksnamen Roodkop (Loo, NH), Roskop en Rosse Eend. Het wijfje met haar bruine kop noemt men Bruine Knob en Bruinkop. De namen Valeker (Ree), Valinger (ZH) en Vale Knobbe (Kam) zijn afgeleid van vaal in de betekenis van ‘geelachtig blond’ en hebben betrekking op de kleur van het lichaam. Net als de Brilduiker wordt de Tafeleend Knobeend en Zeeduiker genoemd. In Vlaande ren heet hij Duikaande. De achtergrond van het Brabantse Bareend of Boreend is waarschijnlijk het grommende geluid van het vrouwtje tijdens de balts. De naam Kwaker (MLb), een typerende naam voor een lokeend, houdt vermoedelijk verband met het inzetten van de Tafeleend als zodanig.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut