Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tablet - (plak; pastille)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tablet zn. ‘plak; pastille’
Vnnl. tablet ‘plat schrijftafeltje’ in Ick neemt tabletye in die hant [1596; WNT], ‘plat koekje van etenswaar of zoetigheid’ in de tablettekens, die men ... moet nemen, en laeten die van langer handt in den mondt smilten ‘de koekjes die men moet nemen en langzaam in de mond laten smelten’ [1671; WNT], ‘plat koekje of pastille met een hoeveelheid geneesmiddel’ in een vande tabletjes van A. ... dat mij wat soulageerde ‘... dat mij wat verlichting bracht’ [1692; WNT]; nnl. tablet ‘platte plak’ in Aan Herstellenden en Zwakken bieden wij aan De Revalenta-Chocolade in Poeder en in Tabletten (advertentie) [1868; Leeuwarder Courant], ‘plaat, blaadje’ in op een warme plaats, bijv. onder het tablet eener warme serre [1928; WNT].
Ontleend aan Frans tablette ‘etenswaar in platte vorm gegoten’ [1690; TLF], eerder al ‘medicijn in geconcentreerde, afgeplatte vorm’ [1560; Rey], nog eerder ‘met was bestreken plankje om met een stift in te schrijven’ [ca. 1280; TLF] en ‘plankje om iets op te leggen’ [ca. 1225; TLF]; dit is het verkleinwoord van table ‘plat stuk materiaal’ [1175; TLF], ‘plat materiaal om in te graveren’ [1170; TLF], ouder tabla ‘plat stuk materiaal op poot of poten om eten op te serveren’ [1050; TLF], dat ontwikkeld is uit Latijn tabula ‘plank, tafel, schrijftablet’, zie verder → tabel en → tafel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tablet [plak, pastille] {1680} < frans tablette [idem], verkleiningsvorm van table < latijn tabula [plankje] (vgl. tafel); het hd. heeft naast Tablette voor een iets groter formaat Tafel.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tablet znw. v. o., nnl. < fra. tablette ‘plankje’, verkleinw. van table (zie: tafel).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tablet s.nw.
Pil.
Uit Ndl. tablet (1680).
Ndl. tablet uit Fr. tablette 'pil', die verkleinw. van table uit Latyn tabula 'plankie'.
D. Tablette, Eng. tablet.
Vgl. tabel, tafel, tafereel.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

tablet’ (de, -ten), 1. id., geneesmiddel e.d. in de vorm van een pil. Prof. dr. Baltus Oostburg, direkteur van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg, heeft medegedeeld dat de malaria zich opnieuw manifesteert omdat stedelingen die naar het binnenland gaan de voorgeschreven tabletten niet innemen (WS 6-3-1982). -2. (i.h.b., in het mv.:) anticonceptiepillen). Ik krijg geen kinderen meer, die mensen zeggen dat ik tabletten drink* (mond.). - Etym.: T. is ook AN in bet. 1, maar gewoner is ’pil’. - Samenst: stoptablet*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tablet ‘plak, pastille’ ->? Zuid-Afrikaans-Engels tameletjie ‘harde toffee (als snoep)’ ; Indonesisch tablét ‘pastille’; Boeginees tabelế ‘medicijn’; Javaans tablèt ‘medicijn-pastille, pil’; Madoerees tabblet ‘medicijn’; Menadonees tablèt ‘pil’; Papiaments tablèt ‘plak, pastille’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tablet plak, pastille 1680 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut