Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

taak - (opdracht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

taak zn. ‘opdracht’
Vnnl. taecke, taeck, take ‘bepaalde hoeveelheid opgedragen werk’ in De taecke dye wij aenghenomen hebben te doen [1562; Kil. pensum], taeck oft dachwerck voldoen [1573; Thes.], datmen hen een taecke stellen moeste ‘dat men hun een limiet moest stellen (nl. bij het eten)’ [1598; iWNT]; nnl. taak ‘opgelegde of aangenomen arbeid, opdracht’ in zyn taak om ... een redevoering te doen [1786; WNT].
Ontleend aan Oudpicardisch take [1266; FEW] (nog in noordelijke dialecten), variant van Oud- en Middelfrans (o.a. Picardisch) tasque [ca. 1210; FEW] en tasche [1176-81; TLF] (Nieuwfrans tâche). Dit woord, met oorspr. betekenis ‘hoeveelheid werk die men in een bepaalde tijd moet verrichten’ gaat terug op middeleeuws Latijn tasca ‘raming, bepaling, accijns, belasting, aanslag’ [802; TLF], door verwisseling van -s- en -k- ontstaan uit vulgair Latijn taxa ‘id.’, een afleiding van klassiek Latijn taxāre ‘ramen, bepalen, taxeren, belasten’, zie → taxeren en → taks 1 ‘heffing’.
Voor mnl. take ‘inhoudsmaat voor vloeistoffen (met name wijn)’, dat als glosse in Latijnse context reeds verschijnt in amam vini, que habet 42 sextaria, que sextaria nos takas appellamus ‘een aam wijn, die 42 sesters bevat, welke sesters wij taken noemen’ [ca. 1200; ONW], wordt wel ontlening aan hetzelfde Oudpicardische woord take ‘hoeveelheid werk’ aangenomen (MNW, ONW). Een betekenisovergang ‘hoeveelheid werk’ > ‘inhoudsmaat’ is echter onwrsch. en heeft in geen van beide talen aantoonbaar plaatsgevonden. Bovendien wordt het woord door het MNW alleen in het noordelijke taalgebied geattesteerd. Het is eerder een afleiding van mnl. taken ‘nemen, grijpen’, zie → takel; de betekenissen zijn vergelijkbaar met die van → vat 1 naast → vatten.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

taak [opdracht] {1573} < picardisch tasque, oudfrans tasche (frans tâche) < middeleeuws latijn taxa, tasca [belasting (bestaande uit een gedeelte van de oogst), stukwerk], van taxare [(door betasten) de waarde bepalen, schatten, taxeren], iteratief-intensief van tangere (verl. deelw. tactum) [aanraken, betasten] (vgl. tasten, taks1).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

taak znw. v., Kiliaen taecke, taeckse; de laatste vorm is als uitgangspunt te nemen en is evenals ne. task overgenomen uit pikard. tasque (ofra. tasche, nfra. tâche) tasca voor taxa bij taxāre ‘schatten’. Men moet dus uitgaan van het geschatte bedrag, dat men verplicht is te betalen (vgl. ook lat. pensum ‘taak’ bij pendere ‘afwegen, schatten’).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

taak znw. Kil. taecke, taeckse “taak”. Vervormingen van ’t ontleende ofr. dial. tasque (waaruit ook eng. task) = ofr. tasche (fr. tâche) (bij lat. taxâre “schatten” behoorend; vgl. lat. pensum “taak” bij pendere “afwegen, schatten”). Zie taks II.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

taak v., gelijk Eng. task, uit Fr. tâche, van Mlat. taxam (-a) = taks (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

taak (zn.) taak, opdracht; Nuinederlands taecke <1562>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

taak s.nw.
Opgelegde werk.
Uit Ndl. taak (1573).
Ndl. taak uit gewestelike Oudfrans tasque, 'n afleiding van Latyn taxare 'skat, bepaal'. Die bet. 'opgelegde werk' word beskou in terme van die hoeveelheid of omvang van die geskatte werkvermoë.
Eng. task.
Vgl. takseer.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

taak (Picardisch tasque)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Taak, van ’t Fr. tâche, M.-Lat. taxa: het toegewezene, het vastgestelde.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

taak ‘opdracht’ -> Fries taak ‘opdracht’; Papiaments † taak ‘opdracht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

taak opdracht 1573 [Plantijn] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut