Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

synode - (kerkvergadering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

synode zn. ‘kerkvergadering’
Vnnl. synode ‘kerkvergadering’ in de resolutie van de vergaderinge ende synode [1579; WNT vertrekken], wat ... voirgestelt is in den Synode aengaende de kerckenordening [1582; WNT vol I], ‘kerkvergadering van een afdeling’ in (de bisschoppen) in het Synode Prouinciael tot Mechelen ‘in de provinciale synode te Mechelen’ [1608; WNT], ‘concilie’ in het Niceense Synode ordineert ... [1645; WNT]; nnl. synode ‘centrale kerkvergadering’ in de Walsche Sinode der Vereenigde Nederlanden, die, tweemaal des jaars, ... gehouden wordt [1785; WNT].
Ontleend aan Laatlatijn synodus ‘kerkvergadering’, dat zelf ontleend is aan Grieks súnodos ‘vergadering, bijeenkomst, samenkomst’; dat woord is gevormd uit sun- ‘samen, tegelijk’, zie → synthese, en hodós ‘het gaan, reis, weg’, zie → methode.
Laatlatijn synodus en een nevenvorm *senodus waren al eerder in de Germaanse talen ontleend: mnl. seent, sent in de samenstelling sentschepen ‘schepen als afgevaardigde van de wereldlijke macht bij een kerkelijke rechtbank’ [1240; Bern.], zeend, zend ‘kerkvergadering’ [ca. 1350; MNW]; vnnl. zeende, zende ‘kerkvergadering; synode’ [1618; WNT], ‘kerkelijke rechtbank’ [1664; WNT]. Ook Duits Send ‘kerkvergadering, kerkelijke rechtbank’ gaat hierop terug.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

synode [kerkvergadering] {1590} < frans synode < latijn synodus [vergadering, priestercollege, synode] < grieks sunodos [bijeenkomst], van sun [samen] + hodos [weg, gang, tocht], verwant met latijn cedere [gaan] (vgl. cessie).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

synode znw. v., eerst nnl. < fra. synode (sedert de 16de eeuw) ‘bijeenkomst van geestelijken’ < lat. synodus < gr. súnodos ‘bijeenkomst, samenkomst’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

sinode s.nw.
Periodieke, hoogste kerkvergadering van gereformeerde kerke.
Uit Ndl. synode (1590).
Ndl. synode uit Fr. synode uit Latyn synodus uit Grieks sunodos 'byeenkoms', met lg. van sun 'saam' en (h)odos 'weg, reis', eintlik 'saamloopplek van paaie'.
D. Synode, Eng. synod, It. sinodo, Port. sínodo, Sp. sínodo.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sinode: alg. periodieke kerkvergadering; Ndl. synode, Eng. synod (16e eeu), uit Ll. synodus uit Gr. sunodus (sun, “saam”, (h)odos, “weg”, eint. “saamloopplek v. paaie”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

synode (Frans synode)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Synode (Lat. Synodus: oorspronkelijk een vergadering van R.-K. priesters) is in de R.-Kath. kerk een vergadering van een bisschop met de hooge geestelijken van zijn diocees (synodus diocesana), ten einde kerkelijke aangelegenheden te bespreken. Van groote kerkelijke beteekenis zijn zij evenwel niet.
In de Hervormde kerk daarentegen is de synode de hoogste kerkrechterlijke macht en wel de A lgemeene Synode: deze bestaat uit 23 leden, nl. 13 predikanten, 6 ouderlingen, twee kerkelijke hoogleeraren, een secretaris en een penningmeester. Zij vergadert jaarlijks in Den Haag, te beginnen op den 3en Woensdag van Juli. De synodale comissie, uit en door de synode benoemd, bestaat uit den president, den vice-president en den secretaris der synode benevens uit drie predikanten en drie ouderlingen: deze commissie vergadert tweemaal ’s jaars in Den Haag ter voorbereiding der Alg. Syn. en tot behandeling der loopende zaken. De plaatsvervangende leden zoowel van de synode als van de commissie heeten secundi (secundus = de tweede). In onze Republiek had elk gewest een eigen synode (S. provinciaal), terwijl er soms ook een algemeene of S. nationaal gehouden werd, o. a. de bekende van 1618/19.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

synode ‘kerkvergadering’ -> Indonesisch sinoda, sinode ‘kerkvergadering’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

synode kerkvergadering 1590 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal