Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

super - (buitengewoon)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2021

Super

Superaardige bediening. Superlekker eten (wij namen de ossenstaart). Echt genoten.” “Super vakantie in prachtige B&B! (...) Voor ons was alles super.ˮ “De bedden zijn super superslecht.” Nederlandse en Belgische toeristen die op internet hun vakantie in Spanje beoordelen, vinden alles ‘super’. Waar komt dat woord vandaan, en sinds wanneer wordt het zo vaak gebruikt?
Super komt uit het Latijn, en betekent oorspronkelijk ‘boven’. In het Nederlands komen al sinds de dertiende eeuw Latijnse leenwoorden voor met super, bijvoorbeeld superscripsie (‘briefhoofd’). De chirurgijn Jan Yperman schreef in een medisch werk uit 1310: “Booterbrine es superlatijf jeghen joocte”: ‘Pekel is voortreffelijk tegen jeuk.’ Superlatief gebruiken we tegenwoordig vooral als taalkundige aanduiding in de betekenis ‘overtreffende trap’. Het woord is afgeleid van superlatus, letterlijk: ‘erboven geplaatst’. Super komt vaak voor als eerste deel in woorden die meestal in hun geheel zijn geleend uit een andere taal. Denk aan supervisie (‘toezicht van boven’), superintendent (letterlijk ‘oppertoezichthouder’) en supersonisch (‘sneller dan het geluid’). In de orgelbouw is de term voor een register dat een octaaf hoger ligt superoctaaf, en voor een register dat nóg een octaaf hoger ligt supersuperoctaaf.

Sopraan
Al die super-woorden zijn internationaal zeer verbreid. Dat geldt ook voor de psychologische term superego (‘geweten’). Deze is bedacht door de Amerikaanse psychoanalyticus en Sigmund Freud-vertaler James Strachey, als equivalent van het Duitse Über-Ich, dat in de jaren twintig was gemunt door Freud zelf. Ook Superman, de naam van de Amerikaanse stripheld met bovenmenselijke kracht, is oorspronkelijk een leenvertaling uit het Duits, in dit geval van Übermensch (‘persoonlijkheid die boven zijn medemensen staat’), een begrip dat teruggaat op de negentiende-eeuwse filosoof Friedrich Nietzsche.
De oude letterlijke betekenis ‘boven, erboven geplaatst’ is ook bewaard in sopraan (‘hoge zangstem’), dat via het Italiaans teruggaat op het Latijnse bijvoeglijk naamwoord superanus (‘hoogste’), dat op zijn beurt een afleiding is van super. Soeverein (‘vorst, hoogste gezagsdrager’) heeft dezelfde herkomst, maar in dit geval loopt de ontleningsweg via het Franse souverain (waarbij de p in een v is veranderd).
Al in de zeventiende eeuw wordt super gebruikt als versterkend voorvoegsel, in superfijn, een kwaliteitsaanduiding voor bijvoorbeeld het allerfijnste weefsel. In De nieuwe Haagse Nederlandse Courant van 9 mei 1800 worden te koop aangeboden: “fraaye super fyne gedrukte katoenen (...) super fyne neteldoeken”. De vorm en de betekenis zijn ontleend aan het Franse superfin.
Via superfijn krijgt super- de versterkende betekenis die we vinden in bijvoorbeeld supertanker (‘bijzonder grote tanker’) en superlijm (‘heel sterke lijm’). Super- wordt in de twintigste eeuw steeds meer gecombineerd met inheemse woorden, niet meer alleen met leenwoorden. Zo vormde de natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes in 1911 de samenstelling supergeleiding (‘zeer lage elektrische weerstand’). In dit rijtje horen ook de jongere woorden supercement en superbenzine (‘benzine met het hoogste octaangetal’), meestal afgekort tot super.

Super Deluxe
Rond 1950 wordt super in het Nederlands ook echt populair als positieve versterker: ‘buitengewoon, zeer’. Dit gebeurt onder invloed van het Amerikaans-Engels. In de jaren veertig had Ford het automodel Super Deluxe op de markt gebracht. Begin jaren vijftig werd in de krant geadverteerd voor spijkerloze schoenen van het merk Super Swift (“de ideale gift”). Na de introductie van de wasmachine rond 1950 maakte zeepfabrikant Drietex reclame voor een “super wasmiddel”. Sindsdien is alle kleding die in de wasmachine kan “superwasbaar”. In 1962 bracht Van Nelle de eerste vacuüm verpakte gemalen koffie op de markt, onder de naam Supra. Al in 1948 was de eerste zelfbedieningswinkel naar Amerikaans model geïntroduceerd onder de naam supermarkt. Vanaf dat moment werd er druk geadverteerd met ‘superkwaliteit’ en ‘supervoordelige prijzen’.
Zo kon het aloude Latijnse voorzetsel dat stond voor ‘boven’, de betekenis ‘fantastisch, prachtig, geweldig’ aannemen. Ook als uitroep is het woord populair geworden: super! Deze betekenis is ofwel aan het Engels ontleend ofwel ontstaan als verkorting van supergoed, superleuk en dergelijke. De enthousiaste kreet is de opvolger van mieters, tof en gaaf. Maar inmiddels is het plafond wel bereikt, want een gigantisch grote supermarkt wordt ook wel ‘hypermarkt’ genoemd, en een enorm grote olietanker is geen ‘supertanker’, maar een ‘mammoettanker’. Dat vinden wij megagoed.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2018), ‘Super’, in: Onze Taal 5, 26.]

Super

Superaardige bediening. Superlekker eten (wij namen de ossenstaart). Echt genoten.” “Super vakantie in prachtige B&B! (...) Voor ons was alles super.ˮ “De bedden zijn super superslecht.” Nederlandse en Belgische toeristen die op internet hun vakantie in Spanje beoordelen, vinden alles ‘super’. Waar komt dat woord vandaan, en sinds wanneer wordt het zo vaak gebruikt?
Super komt uit het Latijn, en betekent oorspronkelijk ‘boven’. In het Nederlands komen al sinds de dertiende eeuw Latijnse leenwoorden voor met super, bijvoorbeeld superscripsie (‘briefhoofd’). De chirurgijn Jan Yperman schreef in een medisch werk uit 1310: “Booterbrine es superlatijf jeghen joocte”: ‘Pekel is voortreffelijk tegen jeuk.’ Superlatief gebruiken we tegenwoordig vooral als taalkundige aanduiding in de betekenis ‘overtreffende trap’. Het woord is afgeleid van superlatus, letterlijk: ‘erboven geplaatst’. Super komt vaak voor als eerste deel in woorden die meestal in hun geheel zijn geleend uit een andere taal. Denk aan supervisie (‘toezicht van boven’), superintendent (letterlijk ‘oppertoezichthouder’) en supersonisch (‘sneller dan het geluid’). In de orgelbouw is de term voor een register dat een octaaf hoger ligt superoctaaf, en voor een register dat nóg een octaaf hoger ligt supersuperoctaaf.

Sopraan
Al die super-woorden zijn internationaal zeer verbreid. Dat geldt ook voor de psychologische term superego (‘geweten’). Deze is bedacht door de Amerikaanse psychoanalyticus en Sigmund Freud-vertaler James Strachey, als equivalent van het Duitse Über-Ich, dat in de jaren twintig was gemunt door Freud zelf. Ook Superman, de naam van de Amerikaanse stripheld met bovenmenselijke kracht, is oorspronkelijk een leenvertaling uit het Duits, in dit geval van Übermensch (‘persoonlijkheid die boven zijn medemensen staat’), een begrip dat teruggaat op de negentiende-eeuwse filosoof Friedrich Nietzsche.
De oude letterlijke betekenis ‘boven, erboven geplaatst’ is ook bewaard in sopraan (‘hoge zangstem’), dat via het Italiaans teruggaat op het Latijnse bijvoeglijk naamwoord superanus (‘hoogste’), dat op zijn beurt een afleiding is van super. Soeverein (‘vorst, hoogste gezagsdrager’) heeft dezelfde herkomst, maar in dit geval loopt de ontleningsweg via het Franse souverain (waarbij de p in een v is veranderd).
Al in de zeventiende eeuw wordt super gebruikt als versterkend voorvoegsel, in superfijn, een kwaliteitsaanduiding voor bijvoorbeeld het allerfijnste weefsel. In De nieuwe Haagse Nederlandse Courant van 9 mei 1800 worden te koop aangeboden: “fraaye super fyne gedrukte katoenen (...) super fyne neteldoeken”. De vorm en de betekenis zijn ontleend aan het Franse superfin.
Via superfijn krijgt super- de versterkende betekenis die we vinden in bijvoorbeeld supertanker (‘bijzonder grote tanker’) en superlijm (‘heel sterke lijm’). Super- wordt in de twintigste eeuw steeds meer gecombineerd met inheemse woorden, niet meer alleen met leenwoorden. Zo vormde de natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes in 1911 de samenstelling supergeleiding (‘zeer lage elektrische weerstand’). In dit rijtje horen ook de jongere woorden supercement en superbenzine (‘benzine met het hoogste octaangetal’), meestal afgekort tot super.

Super Deluxe
Rond 1950 wordt super in het Nederlands ook echt populair als positieve versterker: ‘buitengewoon, zeer’. Dit gebeurt onder invloed van het Amerikaans-Engels. In de jaren veertig had Ford het automodel Super Deluxe op de markt gebracht. Begin jaren vijftig werd in de krant geadverteerd voor spijkerloze schoenen van het merk Super Swift (“de ideale gift”). Na de introductie van de wasmachine rond 1950 maakte zeepfabrikant Drietex reclame voor een “super wasmiddel”. Sindsdien is alle kleding die in de wasmachine kan “superwasbaar”. In 1962 bracht Van Nelle de eerste vacuüm verpakte gemalen koffie op de markt, onder de naam Supra. Al in 1948 was de eerste zelfbedieningswinkel naar Amerikaans model geïntroduceerd onder de naam supermarkt. Vanaf dat moment werd er druk geadverteerd met ‘superkwaliteit’ en ‘supervoordelige prijzen’.
Zo kon het aloude Latijnse voorzetsel dat stond voor ‘boven’, de betekenis ‘fantastisch, prachtig, geweldig’ aannemen. Ook als uitroep is het woord populair geworden: super! Deze betekenis is ofwel aan het Engels ontleend ofwel ontstaan als verkorting van supergoed, superleuk en dergelijke. De enthousiaste kreet is de opvolger van mieters, tof en gaaf. Maar inmiddels is het plafond wel bereikt, want een gigantisch grote supermarkt wordt ook wel ‘hypermarkt’ genoemd, en een enorm grote olietanker is geen ‘supertanker’, maar een ‘mammoettanker’. Dat vinden wij megagoed.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2018), ‘Super’, in: Onze Taal 5, 26.]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

super(-) voorv. ‘buitengewoon’
Mnl. de superscripcie van tween worden ‘het boven de regel toevoegen van twee woorden’ [1277; VMNW]; vnnl. superstitie ‘bijgeloof’ [1556; iWNT], superintendenten van den binnenlandtsvaerders ‘de oppertoezieners van de binnenvaartschippers’ [1570; iWNT gild]; nnl. superlatief ‘overtreffende trap’ [1846; iWNT vergrooten], een constanten stroom ... en de telefoonstroompjes moeten hierop worden gesuperponeerd ‘... moeten hieraan worden toegevoegd’ [1919; iWNT superponeeren], 'n soort superkampioen [1936; iWNT redemptorist], groeien tot super-ondernemingen [1944; iWNT groot I], Edelcement, ook supercement of hoogwaardige cement genoemd [1953; iWNT edel], supersonische vuurwapens [1951; Koenen], De geklede damesschoen behoudt ook dit seizoen haar super spitse vorm [1961; iWNT trotteur], supertanker [1961; iWNT], uitgestrekte supermarkets [1963; iWNT distributie], dat wijf was zo superstom [1968; iWNT], supermarkt [1970; Van Dale].
Internationaal voorvoegsel, gebaseerd op het Latijnse bijwoord, voorzetsel en voorvoegsel super- ‘boven, bovenop, bovendien, meer dan’, verwant met → hyper en met → over.
De oudste Nederlandse woorden met super- zijn in hun geheel ontleend aan het middeleeuws Latijn, Frans of Engels, of aan wetenschappelijk Neolatijn. De betekenis van het voorvoegsel is dan meestal de oorspronkelijke, dus ‘boven, enz.’. Veel zijn dat er niet geweest, en de meeste zijn verouderd of blijven beperkt tot vaktaal, bijv. superlatief. Voor woorden als Laatlatijn superficialis ‘oppervlakkig’ (Engels superficial, Frans superficiel), middeleeuws Latijn supernaturalis ‘bovennatuurlijk’ (Engels supernatural, Frans surnaturel), Engels supersaturation ‘oververzadiging’ verkiest men in het Nederlands inheemse samenstellingen met boven-, opper-, over- e.d.
In het Engels wordt het voorvoegsel veel meer gebruikt en ontstond een zeer algemene betekenis ‘buitengewoon (in zijn soort), zeer’. In de tweede helft van de 20e eeuw is deze functie van super- overgenomen in het Nederlands. Als simplex is super (zn.) een verkorting van superbenzine. Het bn. super ‘fantastisch, prachtig, geweldig’, dat voornamelijk in de informele taal voorkomt, kan zijn ontstaan als verkorting van bijv. supergoed, -aardig, -gaaf enz., maar is wrsch. rechstreeks ontleend aan Engels super ‘id.’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

super ‘boven, zeer’ (Latijn super); ‘soort benzine’ (Duits Super)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal