Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sukkelen - (ziekelijk zijn)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sukkelen* [ziekelijk zijn] {su(y)ckelen 1350} te verbinden met ziek, zwak; daarnaast staat sukkelen [zich voortslepen], dat mogelijk een aparte klanknabootsende vorming is, maar misschien toch hetzelfde woord.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sukkelen ww., Kiliaen suckelen, sockelen ‘struikelen, strompelen, waggelen, dolen, sukkelen’, ook in nnd. dial. moeilijk te scheiden van mnl. suckelen ‘voortschuiven, voortslepen’; dan moet men uitgaan van een moeizaam, waggelend voortbewegen, dat de indruk van slapte opwekt en ten slotte tot voortdurend ziekelijk zijn; deze laatste bet. kan misschien onder invloed van de groep van ziek en zwak staan, althans indien het vrij oud zou zijn. Daar het woord op zeer beperkt gebied voorkomt, is het onmogelijk er een etymologie van te geven; het een klankwoord te noemen is echter wel onbevredigend.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sukkelen ww. Kil. suckelen, sockelen “struikelen, strompelen, waggelen, dolen, sukkelend voortleven”. Een ook ndd. dial. ww., ablautend met ziek en zwak, evenals zucht II en mhd. sochen, söchen “ziek zijn, verzwakken”, on. sokna “ziek worden”. Teuth. suycklen “languere” vertoont ’t zelfde vocalisme (germ. iu uit eu) als suyckte “ziekte”: zie ziekte. De s van sukkelen wordt aan invloed van de kk toegeschreven (vgl. sok). Mnl. suckelen “voortschuiven, voortsleepen” kan bezwaarlijk denzelfden oorsprong hebben.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

sukkelen. Het is niet goed uit te maken of men een onomatop. sukkelen, dat een langzame, moeilijke beweging aanduidt (waarmee het transitieve mnl. suckelen ‘voortschuiven, voortslepen’ wel identisch zou kunnen zijn), moet scheiden van het met ziek (over zwak zie ald. Suppl.) verwante woord. In ieder geval zijn dan beide voor het latere taalbesef dooreengelopen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

sukkelen 1 ono.w.(voortsleepen), vroeger tsukkelen + Ndd. suckeln, socken: behoort bij sjokken.

sukkelen 2 ono.w.(kwijnen, strompelen), Mnl. suckelen + Ndd. id.: ablaut bij ziek. Wegens de 2e bet. verward met sukkelen 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sukkel ww.
1. Langsaam of met moeite voortbeweeg. 2. Iets met moeite, inspanning en min welslae doen. 3. Aanhoudend siek wees.
Uit Ndl. sukkelen (1556 in bet. 1, 1657 in bet. 2, 1712 in bet. 3). Ndl. sukkelen 'skuifelend voortbeweeg' het mntl. klanknabootsend ontwikkel en hou dalk verband met sukkelen 'iets met moeite, inspanning en min welslae doen, aanhoudend siek wees', alhoewel lg. ook verband hou met ziek 'siek' en zwak 'swak'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1912).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Sukkelen, freq. van den wortel sok, Germ. seuk = zwak zijn (zie Ziek). Het bet. 1°. langzaam voortgaan, ook struikelen (wegens zwakte), vgl.: „Wie met de voeten te haestig is, die sal suckelen. Het luidde ook sockelen, vandaar ons sok = sufferd. Ten tweede bet. sukkelen: voortdurend ziek zijn, dus een frequ. van sukken of zieken = ziek zijn; vgl. ’t oude bijv.nw. besukt = ongesteld.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sukkelen ‘ziekelijk zijn’ -> Zuid-Afrikaans-Engels sukkel ‘ploeteren, ruzie zoeken’ ; Sranantongo soklu ‘ziekelijk zijn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sukkelen* ziekelijk zijn 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut