Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

successie - (erfopvolging; erfenis)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

successie zn. ‘erfopvolging; erfenis’
Mnl. successie ‘erfrecht, erfopvolging, erfenis’ in de deelen van successie by de hoirs vercocht ‘de onderdelen van de erfenis die door de erfgenamen zijn verkocht’ [1412; MNW vernaerderen], alle leenen in Vlaenderen zijn splijtelic by successiën ‘... vatbaar voor splitsing bij erfopvolging’ [begin 15e eeuw; MNW splitelic]; vnnl. successie ‘erfenis, erfopvolging’ in zo wie zijn recht van successie niet en comt heesschen ‘al wie zijn recht op een erfenis niet komt opeisen’ [1503; MNW eiscen], ‘opvolging’ in by verloop ende successie van tyde [1563; WNT], ‘erfopvolging op de troon’ in de successie ... op de Kroone van Ternate [1628; WNT]; nnl. successie ‘erfenis’, vooral in samenstellingen als successie-regt ‘belasting op wat geërfd wordt’ [1817; WNT successie], successiebelasting [1879; WNT].
Ontleend, wrsch. zowel via Frans succession ‘opvolging’ [1283; TLF], ‘opeenvolging’ [1275-80; TLF] als rechtstreeks aan Latijn successiō (genitief -iōnis) ‘het komen na, opvolging, resultaat’, een afleiding van het ww. succēdere ‘komen na, volgen, opvolgen’, zie → succes.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

successie [opvolging] {1524} < frans succession [idem] < latijn successionem, 4e nv. van successio [het treden in de plaats van iets anders, opvolging], van succedere (verl. deelw. successum) [onder iets gaan, binnentreden, aflossen, opvolgen, gelukken]; de laatste betekenis leeft voort in succes (voor 1536, verloop, ondergang). De vorm succedere, van sub [van onder] + cedere [voortschrijden, in iets overgaan, voortgang hebben], verwant met grieks hodos [weg].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

successie znw., sedert Kil. Uit lat. successio of fr. succession.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

successie, reeds 1524.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

successie ‘opvolging’ -> Indonesisch suksési ‘opvolging’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

successie opvolging 1524 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut