Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

studeren - (leren; hoger onderwijs volgen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

studeren ww. ‘leren; hoger onderwijs volgen’
Mnl. studeren ‘leren, onderwijs volgen’ in die ... noit eer en plach studeren ‘die nooit eerder bezig was met studeren’ [1265-70; VMNW], Die taverne is des duvels scole, daer sijn discipulen vlitelic in studeren ‘de kroeg is de school van de duivel, waar zijn leerlingen ijverig in studeren’ [1437; MNW-P], nnl. studeren ‘leren, hoger onderwijs volgen, zich verdiepen in, oefenen’ in dat myn ouders my niet hebben laten studeeren [1734; WNT], De kamer, waar Marietje piano studeerde [1901; WNT].
Ontleend aan Latijn studēre ‘studeren, zich inspannen, streven’; studēre betekende oorspr. wrsch. ‘zich een weg banen naar, slaan of stoten in de richting van’ en is dan verwant met Latijn tundere ‘slaan’ en verwant met → stoten; zie ook → etude en → etui.
student zn. ‘persoon die hoger onderwijs volgt’. Mnl. ‘leerling in opleiding voor geestelijk of wetenschappelijk ambt’ in meestere ende studente van alre consten (wetenschappen) die men in boeken leren mach [1340-60; MNW-P], studenten die willen leren [1390-1410; MNW-R]; nnl. ook nog wel ‘leerling van niet-elementair onderwijs’ in Inlandsche Ambonsche schoolmeesters, en studenten [1724; WNT], maar meestal ‘iemand die studeert aan universiteit of hogeschool’ in Student in de Regten [1829; WNT], Wat hebben de studenten weer huisgehouden! [1868; WNT]. Ontleend aan Latijn studēns (genitief studentis) ‘studerende persoon’, zelfstandig gebruik van het tegenw.deelw van studēre. ♦ studentikoos bn. ‘zoals past bij studenten’. Vnnl. ‘zoals studenten zich gedragen’ in Brooddronkke Studenten ... Studentikoos [1650; WNT], (zekere platen) die steek ik maar op het behangsel vast. Dat is ook veel Studentikoozer [1841; WNT], schoolknapen op hun twaalfde jaar ... zich studentikoos trachten te gedragen [1873; Krantenbank Zeeland]. Ontleend aan Hoogduits studentikos ‘id.’ [17e eeuw; WNT], een schertsend studentenwoord, gevormd uit Student en het Griekse achtervoegsel -ikōs ‘betreffende, volgens’ ♦ studie zn. ‘bestudering van een bepaald vak’. Mnl. studie ‘beoefening van kennis of wetenschap, bestudering’ in van der eenen studien ten anderen varende was ‘van de ene studie naar de andere overstapte’ [1340-60; MNW-P], studie der scrifturen ‘bestudering van de Schrift’ [1393-1402; MNW-P], een studie int scole [1483; MNW]; nnl. ‘bestudering van een vak’ in de studie der regten [1731; WNT]. Ontleend, wrsch. niet via Oudfrans estudie ‘streven om te leren, studie’ [1100-50; TLF] (Nieuwfrans étude), aan Latijn studium ‘studie, streven, inspanning’, of het mv. studia ‘inspanningen, bestuderingen’, afleiding van studēre.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

studeren [een leergang volgen] {1265-1270 in de betekenis ‘zich toeleggen, (be)studeren’} < latijn studēre [z'n best doen, studeren].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

studeeren, student, studie ww. resp. znww., reeds mnl. Uit lat. studêre, studens, studium, wsch. zonder fr. bemiddeling. Ook elders ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

studere (ww.) studeren; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) studeeren, Vreugmiddelnederlands studeren <1265-1270> < Latien studere.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

stude’ren (studeerde, heeft gestudeerd). (i.h.b.:) huiswerk maken. Zullen we samen studeren? vraagt hij. () Ik heb mijn huiswerk al af, liegt zij (Vianen 1969: 35). - Etym.: Blijkens WNT (1934) hoort de SN bet. tot de meest oorspronkelijke bet. van het woord.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

studeren ‘leren’ -> Surinaams-Javaans stidir ‘leren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

studeren leren 1265-1270 [CG Lut.K] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut