Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

struis - (loodwit)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

struis1 [loodwit] {ceruus, seruus 1401-1500, struis 1799-1811} met ingevoegde t < frans céruse [idem] < latijn cerussa [idem] < grieks kèroussa [idem], van kèros [was].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

struis 2 znw. v. ‘loodwit’ < laat-mnl. seruus, Kiliaen ceruse, ceruyse < fra. céruse < lat. cerussa.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

struis II (loodwit). Kil. ceruse, ceruyse, laat-mnl. seruus. Uit fr. céruse (< lat. cêrussa). Voor str- vgl. stroop en kastrol “braadpan, kookpan” < fr. casserole.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

struis 3 v. (loodwit), uit Fr. céruse, van Lat. cerussam (-a), een afleid. van cera = was + Gr. kērós, Oier. ceir. Voor de epenthet. t, vergel. stroop 1.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut