Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

struif - (pannenkoek; omelet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

struif zn. ‘pannenkoek; omelet’
Mnl. struve in de persoonsnaam hannijn struef ‘Hannijn de Stroeve/Wildharige’ [1285; VMNW], ‘druiventros’ in Tachede als een struve ‘(een lijn in de hand) vertakte zich als een druiventros’ [1440-60; MNW], ‘pannenkoek’ [1450; MNW]; vnnl. struyve, struufken ‘omelet’ [1573; Thes.].
Mnd. struve (waaruit nzw. struva); mhd. strūbe (nhd. Straube); nfri. strou; alle ‘soort pannenkoek’; < pgm. *strūbōn-. Zelfstandig naamwoord bij de wortel van → stroef < pgm. *strūba-.
Daarnaast staat de stamvariant pgm. *strubbōn-, waaruit: mnl. strubbe ‘struik; boomstomp’; mnd. strubbeken ‘warrig, dicht struikgewas’; nfri. strobbe ‘dreumes’; mhd. struppe ‘id.’ (waarbij nhd. Gestrüpp). Dit is een nevenvorm, ontstaan uit verbogen vormen van *strūbōn- als gevolg van n-geminatie (wet van Kluge) en analogiewerking. Hetzelfde geldt voor pgm *struppōn- (mnd. struppe ‘stomp van een boom of lichaamsdeel’) en pgm. *strupan- (on. *str(j)úpi- ‘keel, strot’).
De oorspronkelijke betekenis van dit woord is ‘het stijve, het starre’. Het benoemingsmotief van deze vanouds platte, ronde koek ligt in de bereidingswijze: een struif wordt namelijk gemaakt van beslag dat wordt gegoten in een platte pan, die kokende olie of kokend vet bevat, waarin het vloeibare beslag verstijft tot een koek. Dat beslag bestaat uit water of melk en meel, waaraan eieren en andere bestanddelen kunnen zijn toegevoegd (vergelijk eierstruif, appelstruif, roomstruif). Ook werd struif wel gebruikt voor ‘omelet’, met als grondstof de inhoud van een ei, eventueel met stukjes spek e.d. Verder breidde de benaming zich uit tot andere verschijningsvormen, zoals een hoge, in een ijzeren pot gebakken koek (Fries potstro) en (in Duitse streektalen) krakelingen. Uit de laatste vorm heeft Grimm een ander benoemingsmotief afgeleid. De gekrulde vorm van de krakeling zou in verband zijn gebracht met de betekenis ‘krullend van haar’, die het bn. straub, hetzelfde als Nederlands stroef, mede heeft, en zo zou de krakeling als Straube ‘de gekrulde’ zijn benoemd. Straub van haar is echter ‘onordelijk, ongekamd krullend of kroezig’, te vergelijken met het warrige van struikgewas, iets fundamenteel anders dan de figuratief bedoelde, ordelijk door een tuit gespoten krullen van een krakeling. De reden van de gemeenschappelijke benaming van krakeling en ronde koek (en nog andere baksels) moet dan ook worden gezocht in het stijf worden van het beslag in kokend vet. De betekenis ‘(druiven)tros’ van struif, nog West-Vlaams, komt voort uit de betekenis van ‘ruig, warrig’, evenals die van de nevenvorm strobbe en van het West-Vlaamse struifelhout, beide ‘struikgewas’.
Lit.: V. Machek (1955), ‘Slavisch-germanische Wortpaare’, in: Zeitschrift für slavische Philologie 23, 115-121, hier 118-119; J. van Lessen (1949), Klanknabootsing als taalvormend element in TNTL 66; R. Lühr (1988), 278-279

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

struif* [inhoud van een ei, omelet] {struve, struuf [dunne pannenkoek] 1460} vgl. hoogduits Straube [sprits], sträuben [overeind doen staan], straubig [ruig]; nevenvorm van stroef.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

struif znw. v. ‘eieromelet’, mnl. strûve, strouve, Kiliaen struyve, mnd. strūve, mhd. strūbe (nhd. straube) ‘soort dun gebak’, fri. strou (owfri. strouw) ‘meelgerechten’ (W. de Vries Ts 40, 1921, 108). — Het woord staat naast stroef. Of men met J. H. van Lessen Ts 66, 1949, 119-134 moet denken aan een ‘kromgetrokken of bros baksel’ is niet zeker; bij een eiergebak kan men misschien eerder denken aan het rul worden van het ei bij het verhitten, vgl. met andere slotconsonant nijsl. strjūgur ‘gerecht van geronnen melk.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

struif (eierpannekoek). Kil., Teuth. struyve, mnl. strûve, strouue. = mnd. strûve, mhd. strûbe (nhd. straube) v. “een soort dun gebak”. Wsch. bij stroef.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

struif. Vgl. nog os. struua (û?) ‘(canda) tortuosa’ (ZsfdPh. 39, 270; IF. 17, 462 vlgg.), fri. strou (owfri. strouw), naam van verschillende meelgerechten. W.de Vries Tschr. 40, 108.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

struif v., Teuth. struive, Os. strûva = cauda tortuosa + Hgd. straube: bij streuvelen en stroef.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

struif: – struis – , eiergereg, omelet; Ndl. struif (Mnl. strūve, by vdSch struve, by Kil struyve), Hd. straube, v. onbek. herk., wsk. verb. m. stroef (v. verwysing struis II).

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Struis snw., newevorm vn (eier)struif. – Ter Laan 993; “Struus (Oldambt), nevenvorm van struuf, struif. Aaierstruus.”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

struif ‘omelet’ -> Zweeds struva ‘beignet’ (uit Nederlands of Nederduits); Papiaments streik, streif ‘soort huisgebakken omelet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

struif* omelet 1460 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut