Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

strubbeling - (onenigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

strubbeling zn. ‘onenigheid’
Vnnl. strubbeling ‘onenigheid’ in niet dan onghemack, strubbelingh, verwerring ‘niets dan ongemak, onenigheid, verwarring’ [1615; iWNT] en strobbeling ‘struikeling’ in Zoo heeft de strobbelingh van den heyligen Pieter zijne groote boetveerdigeyd ghewrogt ‘zo heeft de misstap van de heilige Petrus zijn grote boetvaardigheid bewerkstelligd’ [1657; iWNT], alsmede ‘moeilijkheid, bezwaar’ in sonder groote strobbelinge ‘zonder grote moeite’ [1688; iWNT].
Afleiding van mnl strubbelen ‘twisten, onenigheid hebben’, een frequentatief bij mnl. strubben ‘ruw, oneffen worden’, dat een afleiding met geminaat is van de wortel van → stroef.
Ohd. in irstrobalōn ‘stijf (gaan) staan’ (mhd. striubeln ‘recht omhoog gaan staan’); nfri. stroffelje, strobbelje ‘struikelen; strompelen’; nzw. dial. strubbla ‘struikelen; onzeker lopen’. De wisselingen van wel en niet-gegemineerde -b- en -f-/-v- in de stamvormen (het mnl. kent ook struven en struffen), alsook van de korte en lange -u-, zijn veroorzaakt doordat de Proto-Germaanse vorm *strubnṓn- onderhevig was aan n-geminatie (wet van Kluge) en aan de daarop gevolgde, verschillend verlopen, analogiewerking binnen het paradigma.
De kernbetekenis van strubben en zijn nevenvormen struffen en struven is ‘stijf zijn’, met name van haren, veren en takken. Hieruit kwamen betekenissen voort als ‘ruw worden’, ‘de haren opzetten’ en ‘zich verzetten’. Deze betekenissen klinken door in de afleidingen; zo betekent struvelen [1588; Kil.], ‘een ruig uiterlijk hebben’ en ‘stijf omhoog staan van haren’. Al in een Latijnse inscriptie uit de 3e eeuw komt een Germaanse vrouwennaam strubilo skalleonis ‘streuvelkopje, verwardharige’ voor. De Vlaamse vorm streuvelen is bekend van de schrijversnaam Stijn Streuvels, die Frank Lateur koos met het oog op zijn steile haardos. Stroffelen (Westfries) en stroffelje (Fries) betekenen ‘struikelen’, en hebben net als dit werkwoord als benoemingsmotief het met stijve benen lopen. De betekenis ‘onenigheid hebben, kibbelen’ van strubbelen is een verdere ontwikkeling van ‘de haren opzetten’, een eendere verhouding als tussen het Duitse sich sträuben en sträuben.
Lit.: R. Much (1892), Strubiloscalleo, in Zeitschrift für deutsches Altertum 36, 48-49; G.J. Kroonen 2009, 43-49 en 106-109

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

strubbel(ing), stroebel(ing), zn.: oploop, gewoel, geharrewar, tumult. Van Mnl. strubbelen ‘weerbarstig zijn’. Ndl. strubbeling ‘moeilijkheid, bezwaar, onenigheid’. Os. strûbian, Ohd. struben, Mhd. strûben ‘ruig overeind staan, zich verzetten’, D. sträuben ‘overeind doen staan’, sich sträuben ‘zich verzetten, tegenstribbelen’. Verwant met stroef. Vgl. strobbe.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

struweling s.nw.
Rusie.
Uit Ndl. strubbeling (1615) of die wisselvorm stribbeling (1626). Eerste optekening in Afr. by Pannevis (1880) in die vorm strubbeling.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

struweling: – stribbeling – , eint. twee wd. wat in Ndl. met mekaar geassos. geraak het en in Afr. as wv. behandel word; Ndl. stribbelen (na Kil, maar reeds Mnl. wederstribben, “rebelleer”, en stribbich, “opstandig”) en strubbelen (Mn1. wederstrubbelen, “rebelleer”, by Kil strobbelen/strubbelen), hieruit afl. op -ing wat in Afr., soos in dial. Ndl. (vgl. Boek ZV 1025, 1030), as wv. optree, hou blb. verb. m. Ndl. streuvelen, streven, strijven en stroef.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut