Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stropdas - (hoge, nauw om de hals sluitende das)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

strop zn. ‘aantrekbare lus; tegenvaller’
Mnl. strop(pe) ‘lus van touw die aangetrokken kan worden, bijv. als wurg- of vangmiddel’ in ende worpen hem een strop om de kele ‘en wierpen hem een strop om de hals’ [1300-25; MNW-R], met eenen stroppe verworget ‘met een strop gewurgd’ [1300-25; MNW-R]; nnl. ‘(als verkorting van) stropdas’ in het draagen van zwarte zyden Stroppen of Dassen [1773; iWNT], overdrachtelijk ‘flinke tegenvaller, geldelijk nadeel’ [1884; Van Dale], in strop ... in den diamanthandel wordt deze term gebruikt, wijl dit artikel, ruw ingekocht, bij de bewerking vaak tegenvalt [1908; iWNT].
Wrsch. ontleend, al dan niet via Oudfrans estrope ‘strik, vangmiddel voor (klein)wild’ [1311; Rey estropier], aan middeleeuws Latijn stropus, Laatlatijn stroppus ‘(roei)riem, band’, dat ontleend is aan Grieks stróphos ‘gevlochten draad of touw, gordel’, afgeleid van stréphein ‘draaien’, zie → strofe. Mogelijk is het echter een erfwoord dat hoort bij de n-stam van nzw. strūpe ‘strot, keel’, nijsl. strjúpi < pgm. *strūpan-/*streupan-, vormen waarin de oorspronkelijke lange medeklinker (pp) na een lange klinker verkort is (zie Kroonen 2009).
stropdas zn. ‘met een strop om de hals sluitende das’. Nnl. in geen diamante gespen in de stropdassen te dragen [1733; iWNT]. Samenstelling van strop en → das 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

stropdas s.nw.
1. Ouderwetse hoë das wat met 'n gespe vasgetrek is. 2. Gewone knoopdas.
Uit Ndl. stropdas (1731 - 1735 in bet. 1, 1865 - 1871 in bet. 2), so genoem omdat die styfgetrekte das aan 'n strop om en onder 'n dier se nek herinner.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stropdas ‘hoge, nauw om de hals sluitende das’ -> Fries stropdas ‘hoge, nauw om de hals sluitende das’; Creools-Portugees (Batavia) stropdassie ‘hoge, nauw om de hals sluitende das’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stropdas hoge, nauw om de hals sluitende das 1733 [WNT] <?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal