Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stroop - (dikke vloeistof op suikerbasis)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stroop znw. v., eerst ouder-nnl. met invoeging van t uit een vorm *sroop < mnl. sirope, siroop m.o. < fra. sirop, vgl. ital. sciroppo, siroppo, mlat. sirōpus, sirūpus < arab. šarāb ‘drank’. — Uit de oude vorm siroop > russ. siróp (sedert 1717, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 83).

Het is niet zeker wat voor soort o het mnl. woord had; op ō wijst goerees strōpǝ, maar op ô maastr. sroep (waar dus geen t is ingevoegd).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

stroop znw., nog niet bij Kil. Met jongere ontwikkeling van sr- tot str- (te vergelijken met een dgl. overgang in ’t Oergerm., Lett, en Slav.; vgl. stroom) uit *sroop > mnl. sirope, siroop m. o. (ō, ô? Nnl. dial. komt beide voor: Goer. strōpǝ: Maastr. šroep. De laatste vorm bewijst tevens, dat de overgang sr- > str- niet over ’t heele ndl. gebied heeft plaats gehad). Voor den vocaaluitval vgl. kraal I, struis II. De vorm siroop komt nog voor; Antw. saroop, seroop. Uit fr. sirop, it. siroppo, mlat. sirôpus, sirûpus (ook elders overgenomen); dit uit arab. šarâb “drank, stroop”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

stroop. Nnl. siroop is eerder een herhaalde, min of meer geleerde, ontl. dan rechtstreekse voortzetting van mnl. siroop.
In Maastr. šroep is evenmin als in andere ndl. vormen sr- bewaard: de verbinding is hier door šr- (= ndl. schr-) vervangen (Schrijnen GRM. 5, 171).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

sjroep (zn.) stroop; Nuinederlands siroop <1650> < Frans sirop.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1stroop s.nw.
Dik, klewerige, soet vloeistof verkry deur plante, vrugte of suikerwater te kook.
Uit Ndl. stroop (Mnl. siroop). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. stroop uit Fr. sirop (13de eeu).
D. Sirup (12de eeu), Eng. syrup (1398).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

stroop (Frans sirop)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Sorbet, siroop, stroop
De Arab. wortel sjariba beduidt drinken; het substantivum sjarba of sjerba, een teug, hetgeen men in éénen slok drinkt; dit is de klassieke beteekenis, de eenige die Freytag heeft; zij is evenwel later gewijzigd of uitgebreid. In den zin van sorbet schijnt het woord niet het eerst door de Arab., maar door de Perzen gebruikt, die het, met eene wijziging in den uitgang, sjerbet (شَرْبَت) schreven en uitspraken (zie Richardson); van daar het Eng. sherbet. Ten bewijze strekke deze plaats uit dat gedeelte van de reis van Ibn-Batoeta, dat over Indië handelt (III, p. 124): “Vervolgens brengt men gouden, zilveren en glazen bekers, die met water van kandijsuiker, d. i. met stroop in water gesmolten, gevuld zijn; zij noemen dien drank sjerba en gebruiken dien eer zij beginnen te eten.” Men ziet dus, dat in de 14e eeuw die beteekenis voor een Marokkaan nog vreemd was. Later evenwel heeft het die ook onder de Arabieren gekregen, die sjerba uitspreken. De Ital. hebben hun sorbetto, waarvan het Fr. sorbet, waarschijnlijk van de Turken, die evenwel, evenals de Perzen, sjerbet zeggen (zie Meninski). De drank zelf wordt door Lane (The thousand and one Nights, I, p. 124) aldus beschreven: “The sherbet is composed of water made very sweet with sugar, or with a hard conserve of violets or roses or mulberries etc.”
Siroop, stroop, zijn afkomstig van het Arab. woord sjarâb, dat Freytag alleen heeft in den zin van: drank, bepaaldelijk wijn of koffie. In den zin van siroop staat het reeds in een schrijver der 11e eeuw, namelijk bij Bekrî, p. 3 ed. de Slane; Pedro de Alcala heeft het ook onder julepe o xarope en lamedor que lame el doliente (ons likpot), en Bocthor onder sirop (Marcel geeft sjorba voor sirop en Koland de Bussy, L’idiôme d’Alger, p. 454, ’t meervoud sjorbât). Dit sjarâb is onveranderd in ’t Sp. overgegaan, xarabe, b.v. bij Marmol, Descripcion de Affrica, II, fol. 88, col. 2: “no acostumbran xaraves, ni purgas;” ook met verandering der lange a in de lange o, Sp. en Port. xarope (jarope); verder met verandering der lange o in de lange u, der sj in s, en van de eerste vokaal in i of y: Middeleeuwsch Latijn syrupus, siruppus, syruppus (zie Ducange); Ital. nog iets beter sciroppo, sciloppo, siroppo; Fr. syrop, sirop (welke laatste vorm naar Spanje teruggekeerd is), bij ons siroop, en eindelijk erg bedorven stroop.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stroop ‘dikke vloeistof’ -> Duits dialect (Westmünsterland) Stroop, (Borkum) Straup, (Niederrhein) Schrop ‘dikke vloeistof’; Indonesisch seterup, setrop, setrup, setop, strup ‘limonadesiroop’; Ambons-Maleis strop ‘dikke vloeistof’; Jakartaans-Maleis seterup ‘dikke vloeistof’; Javaans setrup, trup ‘siroop’; Kupang-Maleis strop ‘dikke vloeistof’; Madoerees sēttrūp ‘stroop die met water vermengd wordt gedronken’; Makassaars sitorố ‘vruchtensiroop (in flessen gekocht, met water aangelengd gedronken)’; Menadonees strop ‘dikke vloeistof’; Soendanees sĕtrup ‘dikke vloeistof; drank, siroop’; Ternataans-Maleis strop ‘dikke vloeistof’; Petjoh stroop, seterop ‘(vruchten)limonade’; Papiaments stropi ‘aftreksel van vruchten of planten waar suiker is bijgevoegd; stroperig; schatje’; Sranantongo strowp ‘dikke vloeistof’; Surinaams-Javaans setrup ‘vruchtenstroop of daar de limonade van’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

ijsappel [Surinaams-Nederlands begrip] (1939). De taalkundige C.W. Schoonhoven publiceert in 1939 als eerste een artikel over het Surinaams-Nederlands: ‘Het Nederlands in Suriname’. Hij vermeldt ongeveer honderdvijftig Surinaams-Nederlandse woorden, waarvan een deel was ontleend aan het Sranantongo. Een voorbeeld is ijsappel: ‘een gekoeld ingevoerde en bewaarde appel’. Andere woorden zijn bijvoorbeeld: krokken ‘zeuren’, demmen ‘opspelen’, dresneger ‘kwakzalver’, prodo maken ‘zich mooi maken’, granman niet alleen voor ‘stamhoofd’ maar toen ook voor ‘de gouverneur’ (nu de president), slijsje ‘plakje’, bintegaar ‘bindgaren’, dragen ‘aantrekken (van kleding)’, plane ‘vliegtuig’, stroop ‘limonade van siroop’. Veel woorden zijn inmiddels verdwenen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut