Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

streptokok - (bacteriegeslacht)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

streptokok, streptococcus [bacteriegeslacht] {streptococcus 1907, streptococcen 1909} < modern latijn streptococcus, gevormd van grieks streptos (vgl. streptomycine) + kokkos [pit van vruchten], een voor-gr. woord.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

streptokokkus s.nw.
Siekteverwekkende bakterie waarvan sommige in die vervaardiging van suiwelprodukte gebruik word.
Uit Ndl. streptococcus (1907) of Eng. streptococcus (1877).
Ndl. streptococcus en Eng. streptococcus uit Latyn streptococcus uit Grieks streptokokkos, met lg. van strepto 'gedraai', as s.nw. 'halsketting', en kokkos 'bessie, pit', so genoem omdat die bakterieë na verdeling aan 'n snoer of ketting herinner.
D. Streptokokkus, Fr. streptocoque, Port. estreptococo, Sp. estreptococo.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

streptokok ‘bacteriegeslacht’ -> Indonesisch stréptokokus ‘bacteriegeslacht’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal