Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

straatslijper - (persoon die op straat leeft)

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Slijpen, afl. van den Germ. wt. slip (samenhangende met sli, zie Slijm) = glijden, ons „slippen”, zie Slepen. Eigenlijk is slijpen een causat. en bet. doen glijden, of glijdende, d.i. glad maken (een mes slijpen), vandaar ook scherp maken: een griffel slijpen. Vgl. nog: straatslijper, letterlijk: die de straat glad maakt door voortdurend loopen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal