Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stokken - (blijven steken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

stokken ww. ‘blijven steken’
Vnnl. stocken ‘stollen, stremmen’ [1599; Kil.]; nnl. stokken ‘blijven steken’ in hier stokt my 't hart [1806; WNT], stokkend bloed [1806; WNT], het stokken zijner stem [1808; WNT], zijn adem stokt [1826; WNT].
Ontleend aan Duits stocken ‘haperen (van hartslag, adem e.d.)’ [17e eeuw; Pfeifer], ontwikkeld uit eerder ‘stollen, stroperig worden (van bloed)’ [16e eeuw; Pfeifer] en daarom wrsch. afgeleid van het zn. Stock ‘stok’, zie → stok 1, zodat men moet denken aan ‘zo stijf worden als een stok’ (zie ook → stok-). Kiliaan (1599) markeert stocken ‘stollen’ als verouderd (“vetus”).
Nnd. stuken ‘blijven steken’; mhd. stocken ‘stijf worden, verstarren’ (nhd. stocken ‘stijf worden, blijven steken’); nfri. stûkje ‘blijven steken’, met -û- wrsch. door volksetymologische invloed van stûkje ‘stuiken; door stoten of schuiven tot stilstand brengen’, zie → stuiken. De Friese betekenis is wrsch. net als in het Hoogduits inheems, aangezien deze ook voorkomt in het Nederduits op Friese grondslag dat in het Duitse Oost-Friesland wordt gesproken (als stuken en wrsch. als Fries relict) en in de geïsoleerde Oost-Friese streektaal van het Saterland (als stúkje).
Met andere, minder frequente betekenissen hebben in het Nederlands nog meer van stok afgeleide werkwoorden stokken bestaan, bijv. ‘bouwen op’ in Men zalse leeren eenen vreemden gast vrijen, Daer niet op te stocken en is ‘Men zal haar leren met een vreemde gast te vrijen, op wie men niet kan bouwen’ [1550-75; iWNT].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stokken [blijven steken] {1806, vgl. stocken [stollen, stremmen] 1599} intensivum van stuiken ofwel < hoogduits stocken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stokken ww. reeds mnl. stocken als variant (of schrijfwijze?) van stōken, Kiliaen stocken ‘stollen’ (vetus en naast betekenissen die wijzen op een afl. van stok), mhd. stocken ‘stollen’ (nhd. stocken ‘blijven steken’). — Behoort bij stuiken en is gevormd met een jongere expressieve -kk-.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

stokken ww., bij Kil. in verschillende bett. vermeld, die ’t woord als afl. van stok karakteriseeren (al mnl. = “in den stok, de gevangenis zetten”), verder stocken (“vetus”) “stollen”, dat identisch is met ons stokken “blijven steken” = mhd. stocken “stollen” (nhd. = “stokken”). Bij stuiken. Een formatie als ohd. stëcchên (zie stikken I). Vgl. ofri. stok “stijf”. Zie nog verstokt.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

stokken. Ofri. stok ‘stijf’ is niet zeker; het verband staat toe het op te vatten als het znw. stok ‘stok’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

stokken o.w., + Hgd. stocken: intens. van stuiken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

stókke (ww.) haperen; Nuinederlands stokken <1806> < Duits stocken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stokken ‘blijven steken’ -> Frans dialect s'étoquer; etokyie ‘stikken terwijl men zich verslikt; verstikken’; Frans dialect s'ęstǫkę ‘stram lopen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stokken blijven steken 1806 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut