Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stof - (fijne deeltjes)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

stof 1 zn. ‘fijne, stuivende deeltjes’
Mnl. stof met verbogen vorm stove(-), in de vorm stoef [1240; Bern.] (met -ō- o.i.v. de verbogen naamvallen), in Dat stof dat waiet vor den wint ‘stof dat door de wind opgejaagd wordt’ [1285; VMNW].
Mnd. stof, stōf; < pgm. *stuba-. Daarnaast staan met dezelfde betekenis de varianten pgm. *stauba-, waaruit ohd. stoub (nhd. Staub); en pgm. *stubja-, -ju-, waaruit onl. stubbi (mnl. stubbe), mnd. (ge)stubbe, ohd. stuppi en got. stubjus.
Afgeleid van de wortel van → stuiven.
stoffen ww. ‘van stof ontdoen’. Nnl. stoffen, af-stoffen ‘id.’ [1672; Hexham], in dat myn vertrek ten minsten driemael ter week moet worden gestoft [1734; iWNT]. Afleiding van stof.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stof2* [fijne deeltjes] {1201-1250} middelnederduits stof; afgeleid van stuiven.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stof 2 znw. o. ‘wat stuift’, mnl. stof (2de nv. stōves) o., mnd. stof (:stōves) is een afl. van stuiven; daarnaast een andere klanktrap *stauƀ: ohd. stoup (nhd. staub) en *steuƀ: nnl. dial. znl. stief. Verder met -bb-: mnl. mnd. (ge)stubbe. ohd, stuppi (nhd. gestüppe), ondanks got. stubjus m. toch eerder affectieve geminatie dan verdubbeling voor j. — Zie: stuiven.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

stof II (stuivend zand e.dgl.) znw. (het en de), mnl. stof (gen. stōves) o. = mnd. stof (stōves) m. o. “stof”. Ablautend met stuiven; evenzoo Kemp. stoĕberen “stuiven, stofregenen”, ohd. stuppi, mhd. (ge)stüppe (nhd. gestüppe), mnd., mnl. (ge)stubbe o. stof” (nog dial. stub; hagelandsch), got. stubjus m. “id.”. Met germ. au ohd. stoup (nhd. staub) m. “id.”, met germ. eu hagelandsch stief m. (met regen samengesteld ook Kemp.) “stofregen”. — Afll. van stof II met ff (stoffen, stoffer, stoffig) komen bij Kil. nog niet voor. Evenmin mnd. of in den Teuth.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

stof 2 o. (stuifzand), Mnl. id. + Ohd. stuppi; Go. stubjus, Ohd. stoup (Mhd. id., Nhd. staub),Vla. stuif(regen), met de ablauten van stuiven. — Hierbij de uitdr. stof en asch, naar Gen. XVIII, 27.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2stof s.nw.
1. (veral t.o.v. grond) Droë, ligte, fyn deeltjies waarin vaste materie afbreek. 2. Die aardse.
In bet. 1 uit Ndl. stof (1544). Bet. 2 is mntl. 'n leenbetekenis van D. Staub (11de eeu) of het dalk in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. in bet. 1 by Pannevis (1880).
Eng. stuff (1481 in bet. 1).

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Stof en as, iets van weinig waarde; iets vergankelijks.

Stof en as zijn bekende bijbelse beelden voor iets dat van weinig waarde is, aards en dus vergankelijk is. Dit is heel duidelijk in Genesis 18:27, 'En Abraham antwoordde: Zie toch, ik heb mij verstout tot de Here te spreken, hoewel ik stof en as ben' (NBG-vertaling; de NBV heeft hier 'hoewel ik niets dan stof ben).

Liesveldtbijbel (1526), Genesis 18:27. Abraham antwoorde ende seide. Och siet ic heb mi onderwonnen te spreken met den HEREN, hoe wel ic stof ende asscen bin.
Maar alle vlees moet terug naar stof en as en dat is des te lastiger naarmate men meer kilo's te verliezen heeft. (Knack, 5-12-1990)
Tapiès sprak in onze tijd van de symboliek van het stof, van de as, waaruit wij zijn voortgekomen en tot welke wij zullen terugkeren. (NRC, apr. 1994)

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren, uitspraak als iemand sterft en nog slechts een lichaam achterlaat; (in ruimere toepassing) uitspraak over iets dat vergaat, vergankelijk is.

De bekende begrafenisformule stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren gaat terug op Genesis 3:19, 'in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren' (NBG-vertaling; de NBV heeft 'stof ben je, tot stof keer je terug'). Op de uitdrukking wordt erg veel gevarieerd. Een voorbeeld: 'Thans maakten we de erkenning mee van het feit dat de mens zijn eigen wegwerpverpakking was... Verpakkingsmateriaal zijt gij, en tot verpakkingsmateriaal zult gij wederkeren...' (N. Matsier, Gesloten huis, 1995, p. 221).

Statenvertaling (1637), Genesis 3:19. Want ghy zijt stof, ende ghy sult tot stof wederkeeren.
[J. Wolkers uit zijn ongenoegen over Colijn als volgt:] Petroleum zijt gij en tot petroleum zult gij wederkeren. (VPRO-Radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd, 3-5-1998)
[Over de geheime verhouding van Rubinstein met S. Carmiggelt:] Alles zou verloren gegaan zijn, vergeten worden, tot stof weergekeerd als ik het niet vastgelegd had. (R. Rubinstein, Mijn beter ik, 1998 (1991), p. 189)
Op een woensdag was ze gestorven, 's maandags droegen ze haar naar de plaats waar zij tot stof zou wederkeren. (J. Terlouw, De derde kamer, 1978, p. 70)

Het stof van zijn voeten schudden, ergens vandaan vertrekken.

In Matteüs 10:14 adviseert Jezus zijn discipelen: 'En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten' (NBV). Deze woorden vinden we nog af en toe in het hedendaagse Nederlands terug.

Liesveldtbijbel (1526), Matteüs 10:14. Ende esser yemant die v niet en ontfangt noch uwe reden niet en hoort, zo gaet daer wt, van den seluen huis of stadt, ende scuddet tstof van uwen voeten. (Statenvertaling (1637): schuddet het stof uwer voeten af.)
En in een aantal stukken blijkt hij [G. Bomans] evenmin te behoren tot de asceten altijd druk bezig het aardse stof van hun voeten te schudden. (De Volkskrant, 29-12-1970)
Er zijn schrijvers geweest die alle stof van hun voeten schudden, die hun vaderland en hun moederspraak lieten voor wat ze waren, die een nieuwe taal omarmden en in die taal vervolgens onvergankelijke meesterwerken schiepen. (Onze Taal, 1991, nr. 2/3)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Stof (stuifzand, enz.), van stuiven. Stoffen (pochen) is stof opjagen, winderig zijn, drukte of ophef maken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stof ‘fijne deeltjes’ -> Engels stuff ‘fijne deeltjes’; Schots † stowf ‘fijne deeltjes, fijn poeder’; Deens støv ‘fijne deeltjes, stuifmeel’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors støv ‘fijne deeltjes’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds stoft ‘fijne deeltjes; stoffelijk overschot’ (uit Nederlands of Nederduits); Papiaments stòf (ouder: stof) ‘fijne deeltjes; wegpoetsen van kleine deeltjes’; Sranantongo stòf ‘fijne deeltjes’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stof* fijne deeltjes 1240 [Bern.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2183. Stof opjagen (of doen opwaaien),

d.w.z. drukte, opschudding, beroering veroorzaken; eene uitdr. die te vergelijken is met het hd. viel oder unnützen Staub aufwirbeln; fr. faire de la poussière; eng. to make (raise or kick up) a dust. Vgl. Schoolblad, XLIII, p. 1239: Zoo is de oude Glijnsen er ook uitgetrapt. Allemachtig, jò, wat heeft dat een stof opgejaagd en ik denk, dat jouw bloed nog karnemelk wordt, als je dit leest; De Arbeid, 12 Sept. 1914, p. 4 k. 2: Al heeft mijn artikel van 22 Aug. ‘Geen aalmoes maar loon’ heel wat stof opgejaagd; Het Volk, 1 Nov. 1913, p. 1 k. 1: In de katholieke bedrijfswereld heeft de stichting van den r.k. Typografen-patroonsbond heel wat stof opgejaagd; 12 Maart 1914, p. 5 k. 2: Er is in de pers eenige stof opgewaaid naar aanleiding van een artikelenreeks over het belang, dat ons land heeft bij het behoud van Indië; De Arbeid, 4 Febr. 1914, p. 1 k. 3: Als de A.N.Z.B. in beweging gaat, vliegt er stof op; Nkr. VII, 9 Aug. p. 6; Handelsblad, 12 Nov. 1913 (avondbl.), p. 2 k. 3: Tjipto en Soewardi hebben zelf erkend, dat hun bedoeling was zooveel mogelijk stof op te jagen en zooveel mogelijk ergernis te geven; 27 Maart 1914 (ochtendbl.), p. 2 k. 5: De heer F. merkte op, dat over deze benoeming heel wat stof is opgejaagd; 18 Maart 1915, p. 2 k. 3 (ochtendbl.): Als het ontwerp niets anders inhield dan het Fransch-Belgische stelsel, dan zou het lang zoo veel stof niet hebben opgejaagd in de Kamer; Haagsche P. 16 Oct. 1920, p. 1681, k. 1: De tusschen het hoofdstedelik Stadion en den Belgischen Linart gerezen kwestie heeft ook in het buitenland stof doen opwaaien; enz. Zie no. 1491.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal