Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stoet - (optocht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

stoet 1 zn. ‘optocht’
Onl. *stuot ‘kudde’, als stoti (mv., met -t- i.p.v. -d- o.i.v. het Oudhoogduits) [950-1000; ONW]; mnl. stoet ‘optocht, gevolg’ in so selen sijt met groter stoet willen weren ‘dan zullen zij het met een groot gevolg willen verhinderen’ [ca. 1350; MNW]; vnnl. stoet ‘gevolg, geleide’ in Hy ... quam ... met Navarre, ende grooten stoet andere heeren [1626; WNT], ‘menigte, groot aantal’ in Ik had dezen stoet t'zaemen gehaelt, om U.E. ... te onthaelen [1633; WNT], ‘menigte bewegende personen’ in de dichte stoeten der Germanen [ca. 1635; WNT]; nnl. stoet ‘rij, optocht’ in een lange stoet van vluchtelingen [1869; WNT].
Gezien de betekenis van de oudste attestatie wrsch. ontleend aan Oudhoogduits stuot ‘kudde paarden’, zie → stoeterij. De betekenis heeft zich dan van ‘kudde, menigte paarden’, ontwikkeld naar ‘menigte personen’ en ‘personen in optocht’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stoet1 [optocht] {1375} etymologie onbekend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stoet 1 znw. m. ‘gevolg, menigte’, mnl. stoet v. m. — De herkomst van het woord ligt in het duister.

Onmogelijk is de aanknoping aan mhd. stuot ‘paardekudde’, daar dit eerst later ontleend is. Evenmin brengt ons mnl. stoet ‘bal’ verder, dat al even duister is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

stoet I (schare), mnl. stoet v. Oorsprong onbekend. Blijkens het vroege voorkomen (o.a. bij Velthem) niet uit mhd. stuot v. “kudde paarden” (zie stoeterij) ontleend, met bet.-uitbreiding na de ontl.; blijkens ’t geslacht niet = mnl. stoet m. “bal” met de bet.-ontwikkeling “bal, kluwen” > “schare”; ook dit is van onzekeren oorsprong.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

stoet 2 m. (menigte), Mnl. id.: oorspr. onbek.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stoet optocht 1375 [MNW] <?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut