Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stoempen - (met veel kracht fietsen)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

stoempen, wielertaal voor ‘schonkig fietsen’. De wielrenner oefent veel kracht uit op de pedalen en fietst met heel het lichaam, niet sierlijk. Oorspronkelijk in Vlaanderen, nu ook in Nederland niet ongebruikelijk.

Poupou stoempte maar verder, hij had onze taktiek niet door. (Wielerexpress, 1988)
Ze kunnen hem drie keer lossen, maar Kuipertje blijft net zo lang vechten, stoempen of harken tot hij weer terug is. (Wieler Revue, 18/11/88)
Ik reed op souplesse, maar als het nodig was kon ik ook stoempen en sleuren. (De Tijd, 06/07/90)
Hoorde hij Mart daar nou zeggen dat Danny Nelissen ‘even stoempend en omslachtig de col opgaat als zijn oom commentaar gaf’? Of verbeeldde hij zich dat nou... (HP/De Tijd, 11/07/97)
Brabant is wielrennen, echt iedereen heeft daar een racefiets. Mij trok het niet, het is stoempen en een beetje tactiek. (Nieuwe Revu, 04/02/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut