Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stilleven - (genre in de schilderkunst)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stilleven znw. o., eerst later-nnl., een typische schildersterm, waaruit sedert 1695. ne. still-life. Het nhd. stilleben komt eerst sedert Goethe voor en kan dus weer uit het eng. zijn overgenomen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

stilleven znw. o., eerst later-nnl. Uit hd. stilleben o. of omgekeerd? 1746 Mahler der Sitten I 29 “die leblosen Werke der Natur, welche ein Mahler das Stille Leben heissen würde”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

stil, stilleven. Het hd. woord is vertaling van eng. still-life, waaruit ook het ndl. woord rechtstreeks kan vertaald zijn.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

stillewe s.nw.
1. Groepering lewelose voorwerpe, veral blomme en vrugte, wat dien as model vir 'n skilder. 2. Skildery van 'n stillewe (stillewe 1).
Uit Ndl. stilleven (1740 in bet. 1, 1769 - 1811 in bet. 2).
Ndl. stilleven uit stil en leven, as leenvertaling van Eng. still life (1695), so genoem omdat die groepering uitsluitlik uit stilstaande, lewelose voorwerpe bestaan.
D. Stilleben (1812).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

stilleven

De schilder en schrijver Arnold Houbraken (1660-1719) is de eerste bij wie de term stilleven is aangetroffen, en wel in zijn overzichtswerk De Groote Schouburgh der Nederlantsche Konstschilders en Schilderessen (1718-1721). Houbraken vertelt bijvoorbeeld in de levensbeschrijving van Gerard Dou dat deze veel eigen composities schilderde, waarin ‘hy veel stilleven [...] te pas bragt’. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft stilleven als een groepering van onbeweeglijke voorwerpen als model voor een schilder, ‘dus dienstig voor het schilderen naar het leven’. De Oxford English Dictionary geeft een andere verklaring van het woord. Volgens dit woordenboek zou het oorspronkelijk gaan om de uitbeelding van levende wezens in een staat van rust of stilte en niet om die van levenloze voorwerpen. De oudere benamingen stilstaand of stilliggend leven lijken dit te bevestigen. In 1656 is sprake van ‘een stil leggent leven van Rembrant’ en in 1667 meent iemand: ‘Evert van Aelst is [...] een seer uytnemend Schilder in allerhande soort van stil-staende leven, insonderheyt Fruyt’. Stilleven is tegenwoordig ook de benaming voor een schilderij of tekening waarop een stilleven is afgebeeld, en vandaar is het een genrebenaming geworden.

Stillevens bestonden al langer. Incidenteel werden ze al in de Oudheid aangetroffen, bijvoorbeeld op de wanden in Pompeii en Herculaneum. Maar pas tijdens de Renaissance werden ze een apart schildergenre; vóór die tijd kwamen ze eigenlijk alleen voor als onderdeel van grotere composities. Vooral in de Vlaamse schilderkunst werd het stilleven heel populair, hoewel het eerste stilleven door een Italiaan geschilderd is: Jacopo de’ Barbari schilderde in 1504 een stilleven van een patrijs. In de zestiende en vooral zeventiende eeuw beleefde het stilleven in de Nederlanden een bloeiperiode. Belangrijke schilders waren J. Bruegel de Oude, Pieter Potter en W. Kalf. Schilders gingen zich specialiseren in bepaalde taferelen: bloemen, vogels, schelpen, jacht, keuken, boeken. Schilderijen van kaarsen, schedels en klokken dienden als allegorieën voor de vergankelijkheid, en combinaties van bloemen en fruit uit verschillende seizoenen gaven de cyclus van de natuur weer. Andere landen volgden de Nederlandse traditie na, en overtroefden deze zelfs, want in de achttiende eeuw nam Frankrijk de toonaangevende plaats van de Nederlanden over.

De Romaanse talen gebruiken een ander beeld dan wij om het genre mee te kenmerken. Zij noemen het ‘dode natuur’, in het Frans nature morte en in het Italiaans natura morta. Veel Slavische talen hebben het Franse woord overgenomen, vergelijk Russisch natjurmort en Pools martwa natura. Het Servokroatisch gebruikt de letterlijke vertaling mrtva priroda.

Het belang van de Nederlanden in de ontwikkeling van het stilleven blijkt uit het feit dat verschillende talen het woord stilleven uit het Nederlands hebben geleend. In de tweede helft van de achttiende eeuw nam het Duits het woord over in de vorm Stilleben. Al eerder, begin achttiende eeuw, namen de Duitsers de oudere Nederlandse term stilliggend leven over in de vorm stilliegende Sachen, maar deze vorm is, net als de Nederlandse bron, door de nieuwe, kortere term verdrongen. Ook het Engels heeft still life ontleend aan het Nederlands, en wel al in 1695. Dat bewijst dat het woord in het Nederlands al vóór Houbraken gebruikelijk moet zijn geweest.

Het Duits heeft het Nederlandse woord aan andere talen doorgegeven. We vinden het terug in Fins, Deens, Noors, Zweeds stilleben; het Deens gebruikt ook een vertaling: stilleliv. Minder duidelijk is, dat ook het Hongaarse csendélet op het Duits teruggaat. Het Hongaarse woord is geen leenwoord, maar een leenvertaling. Het bestaat uit de elementen csend- ‘stil(te)’ en élet ‘leven’, en wordt in het Hongaars vanaf 1840 als term in de schilderkunst gebruikt.

Ook in het Tsjechisch en Slowaaks vinden we sporen van de Nederlandse term — sporen waarbij wederom het Duits een bemiddelende rol heeft gespeeld. De Tsjechen zeggen zátiší, de Slowaken zátišie, wat zowel ‘stille plaats’ als ‘stilleven’ betekent. Beide woorden zijn afleidingen van een woord voor stil, in het Tsjechisch tiše. Het element ‘leven’ is dus verdwenen, maar ‘stil’ is gebleven.

En zo deelt het begrip ‘stilleven’ de wereld in tweeën. Enerzijds zijn daar de talen die het begrip onder invloed van het Nederlands met ‘stil’ en ‘leven’ aanduiden, anderzijds zijn er talen die onder Romaanse invloed spreken van ‘dode natuur’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stilleven ‘genre in de schilderkunst’ -> Engels still life ‘genre in de schilderkunst’; Duits † stilliegen ‘genre in de schilderkunst’; Duits Stillleben ‘genre in de schilderkunst’; Deens stilleben ‘genre in de schilderkunst’ ; Noors stilleben ‘genre in de schilderkunst’ ; Zweeds stilleben ‘genre in de schilderkunst’ (uit Nederlands of Duits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stilleven* genre in de schilderkunst 1650 [De Pauw-de Veen, Bijdrage studie wrdschat schilderkunst 41]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut