Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stijven - (stijf maken)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stijven ww., mnl. stîven ‘stijf, sterk maken, steunen, stijven’, mnd. stīven, ofri. stīvia, oe. stīfian ‘stijf zijn of worden’. — Afl. van stijf.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

stijven ww. In alle trans. bett. uit mnl. stîven (zwak) “stijf, sterk maken, steunen, stijven” = mnd. stîven “id.”. Van stijf, evenals mnl. stîven (nog: de wind, de markt begint te stijven), ofri. stîvia, ags. stîfian “stijf zijn of worden”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stijven ‘stijf maken’ -> Deens stive ‘met stijfsel bewerken; stutten; oppeppen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors stive ‘stijf maken’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal