Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stiel - (ambacht, vak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

stiel zn. ‘ambacht, vak’
Vnnl. stiel ‘ambacht, vak, beroep’ in naer den heesch van hueren style ende neeringhe ‘volgens de eis van hun ambacht en broodwinning’ [1569; WNT], clocgieter van style ‘klokgieter van beroep’ [1572; MNW], de gene, die van sulken Stiel zyn ‘degenen die zo'n beroep uitoefenen’ [ca. 1666; WNT sneukelen].
Hetzelfde woord als stijl ‘woordkunst, wijze van schrijven’, zie → stijl 1.
In de 16e eeuw heeft stiel met de oorspr. Middelnederlandse uitspraak zich in betekenis ontwikkeld van ‘wijze van opmaken van ambtelijke stukken’ via ‘het uitoefenen van het beroep van advocaat, de rechtspraktijk’ naar algemeen ‘bedrijf, ambacht’, de betekenis die het nog altijd heeft, terwijl deze bij stijl reeds in de 17e eeuw in onbruik is geraakt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stiel [ambacht] {stijl, stiel, stile 1572} hetzelfde woord als stijl2, dat in het middelnl. betekende ‘woordkunst, wijze van opmaken van ambtelijke stukken, vandaar bedrijf, ambacht’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

stiel znw. m. (zuidnl.) ‘ambacht, vak’ is de vlaamse uitspraak van stijl 2. Reeds mnl. stijl heeft deze bet. gekregen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

stiel m., Mnl. stijl, uit Lat. stilum (-us) = 1. schrijfstift, 2. schrijfwijze, 3. manier (z. stijl).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

stiel ‘ambacht’ -> Frans dialect stīl, ĕstīl ‘beroep, dagelijkse bezigheid’; Frans dialect etile ‘ambacht van het handweven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

stiel ambacht 1572 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut