Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

stichel - (overstap van een hek, laag muurtje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

stichel* [overstap van een hek, laag muurtje] {1250} nevenvorm van middelnederlands stegel(e) [gang, pad], van stijgen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

stichel v. (slagboom), + Hgd. stickel = spitse staak: van steken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

sjtegel, zn. molenhekje tussen twee percelen. Var. van stichel (zie i.v.).

stichel, sjtegel, zn.: vierarmig draaihek als afsluiting van een veld of wei. Verschoven bet. naast Br. en Vl. stichel ‘lage stenen muur langs waterloop, brug of rond kerk(hof); afrastering’. Mnl. stichel ‘laag muurtje, kaai’, stegel ‘stoep of verhoging om over iets heen te stappen’;Vnnl. 1505 van eenen gader met enere stichelen te doen maken, Hasselt (Gessler 97); 1562 stichghel ‘un escalié’ (Lambrecht), 1599 stichel ‘trap, ladder’ (Kiliaan). Ndd. stegel, stägel ‘overgang met trappen’. Rijnl. Stigel ‘smalle doorgang door omheining’. Vgl. FN Van der Stichele. Dim. bij steeg, Ohd. stega ‘ladder, trap’, Zuidd. Stiege ‘trap’, van het ww. stijgen, D. steigen. – Bibl.: Van Bakel 2000, 182-183.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

stichel, zn.: lage stenen muur langs waterloop, brug of rond kerk(hof); afrastering. Ook Vlaams. Mnl. stichel ‘laag muurtje, kaai’, Vnnl. stichghel ‘un escalié’ (Lambrecht), stichel ‘trap, ladder’ (Kiliaan). Ndd. stegel, stägel ‘overgang met trappen’. Vgl. FN Van der Stichele. Dim. bij steeg, Ohd. stega ‘ladder, trap’, Zuidd. Stiege ‘trap’, van het ww. stijgen, D. steigen. – Bibl.: Van Bakel 2000, 182-183.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

stichel(e) (G, W, ZO), zn. m.: lage stenen muur langs waterloop, brug of rond kerk(hof) (G, ZO), roepsteen (W). Mnl. stichel 'laag muurtje, kaai', Vnnl. stichghel 'un escalié' (Lambrecht), stichel 'trap, ladder' (Kiliaan). Ndd. stegel, stägel 'overgang met trappen'. Vgl. FN Van der Stichele. Dim. bij steeg, Ohd. stega 'ladder, trap', Zuidd. Stiege 'trap', van het ww. stijgen, D. steigen.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

stichel, sticheling, stechel afrastering, lage muur, overstap (Zuid-Nederland). ~ stijgen; men kon er aanvankelijk over heen stappen.
WBD 218-219, WNT XV 1569, 900.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

stichel, stiggel (DB), zn. m.: lage stenen muur langs waterloop of aan brug, roepsteen (aan de kerk). Mnl. stichel ‘laag muurtje, kaai’, Vroegnnl. stichghel ‘un escalié’ (Lambrecht), stichel ‘gradus, scala’ (Kiliaan). Ndd. stegel, stägel ‘overgang met trappen’.Vgl. FN. Van der Stichele. Dim. bij steeg, Ohd. stega ‘ladder, trap’, Zuidd. Stiege ‘trap’ van ww. stijgen, D. steigen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal